Kroatië 2009

We zijn nog nooit eerder in Kroatië geweest, en een vriendin van me kwam met waanzinnig mooie foto’s terug. Kortom, tijd om snel maar eens te gaan!


DAG 1
donderdag 23-07-09
Vandaag vertrekken we om 6:30. Ons eerste reisdoel is concentratiekamp Dachau in de gelijknamige plaats vlakbij München. Ergens in de buurt van het kamp gaan we twee nachten slapen. Morgen gaan we dan de hele dag naar het kamp.
Rond 15:00 zijn we in de stad Dachau. We hadden willen kamperen, maar vanwege het slechte weer besluiten we om op zoek te gaan naar een pension of hotelletje. Dat regelen van een slaapplaats kost even tijd, alles lijkt vol te zijn. Maar na een bezoekje aan de ‘tourist informazion’ hebben we dan eindelijk een adres waar we terecht kunnen.
Het is een pension even buiten Dachau. Op het terras van het pension eten we een patatje en een curryworst en de rest van de avond vullen we met een wandeling door het dorpje. Stef maakt een praatje met een oud boertje over zijn trekker en wanneer het begint te regenen lopen we terug naar het pension. We douchen ons en lezen nog wat en slapen al vroeg.


DAG 2
vrijdag 24-07-09
We zijn om 7:30 wakker. Ons oorspronkelijke plan was om hier vanavond weer te slapen, maar we bedenken ons dat we net zo goed vanmiddag nog een paar uur kunnen gaan rijden en ergens in Oostenrijk te overnachten. Nadat we ontbeten hebben is het nog te vroeg om naar het kamp Dachau te gaan, want die opent pas om 9:00. Maar onderweg hier naartoe hadden we borden gezien naar de executieplaats van kampDachau en dus rijden we nu eerst daar naartoe.
We parkeren de auto en lopen in de richting van de informatieborden die ons vertellen hoe het er hier 65 jaar geleden aan toe ging. Even verderop staan de betonnen blokken waar de gevangenen vóór het vuurpeloton moesten gaan staan, de kogelgaten zijn nog duidelijk zichtbaar. Veel meer is hier niet te zien en omdat het 9:00 geweest is rijden we richting het kamp.
Daar aangekomen zijn er al een aantal bussen met scholieren aangekomen en bij de informatiebalie is het dan ook behoorlijk druk. We huren een audioguide en kopen een informatiegids. Dan lopen we naar het kamp. Meer dan 200.000 mensen overal uit Europa hebben hier vast gezeten, een groot deel van hen is vermoord of door de onmenselijke omstandigheden om het leven gekomen. Het kamp zelf is vergelijkbaar met andere kampen die we al gezien hebben, maar toch blijft het indruk maken. Een grote appèlplaats, lange rijen met barakken en een groot museum. Achter op het kamp staan nog een aantal herdenkingskerken. We zijn er de hele morgen druk mee en aan het einde van de ochtend gaan we in het auditorium een film kijken. En net als altijd zijn we geschokt door de beelden van stapels lijken, rijen uitgemergelde lichamen, huilende mensen en schreeuwende Duitsers. En net als altijd vragen we ons af hoe iemand zo kan worden. En net als altijd vraag ik me af of het nou goed is of juist niet om dit soort beelden te laten zien.
Het voelt een beetje respectloos ten opzichte van de mensen die er dood en naakt op elkaar gepakt zijn, maar van de andere kant moet de wereld weten waar mensen blijkbaar toe in staat zijn. Rond een uur of 12:00 lopen we zwijgend de poort weer uit…

We proberen de TomTom de weg te laten zoeken naar Kroatië, zodat we als we het zat zijn een slaapplaats kunnen gaan zoeken. Dan komen we erachter dat de TomTom geen kaart van Kroatië bevat. We balen, waarom hebben we dat thuis niet gecheckt? Maar goed, dan maar met de kaart op schoot. Om en om rijden we een stuk en al gauw zijn we Oostenrijk door en vlak voor de grens met Kroatie stoppen we bij een pension in Slovenië. We douchen, eten, lezen en slapen.


DAG 3
zaterdag 25-07-09
We zetten weer geen wekker, maar zijn net als gister toch vroeg wakker. We ontbijten en stappen weer in de auto. We willen een camping zoeken in de buurt van Nationaal Park Plitvice. We rijden er in drie uurtjes naartoe en laten ons dan door een jongen naar een camping sturen. Daar is plek zat, dus lekker rustig op de camping.
Om 14:00 staat de tent en zitten we eindelijk op onze stoeltjes voor de tent, heerlijk na twee nachten in een pension.
Nadat we wat gedronken en gelezen hebben lopen we een rondje over de camping. We maken wat te eten en de rest van de avond doen we niks meer.


DAG 4
zondag 26-07-09
Vanmorgen hebben we om 6:30 de wekker gezet. We willen naar het nationaal park Plitvicka Jezera, beter bekend onder de naam Plitvice, en in onze voorbereidingen zijn we erachter gekomen dat Plitvice doorgaans wordt overspoelt door toeristen, vandaar dat we veel te vroeg ons nest uitkruipen vandaag. Terwijl Stef nog even blijft liggen loop ik naar het campingwinkeltje voor een ontbijt en flessen water voor in de rugzak.
Dan lopen we naar het informatiehuisje op de camping, want we hebben gisteren kaartjes gekocht voor het pendelbusje dat op en neer rijdt naar het park. Na een kwartiertje rijden zijn we bij de ingang. We besluiten de één na langste tour te gaan doen en beginnen dan aan een wandeling die de hele dag zal gaan duren.
Met de drukte vinden we het eerlijk gezegd nog wel meevallen, het in massa’s vooruit schuifelen over de smalle paadjes zoals ik in andere reisverslagen las blijft gelukkig achterwege. We hebben zelfs stukken waarbij we helemaal geen andere mensen zien.

Het park bestaat uit zestien meren die door watervallen met elkaar verbonden zijn, wat het meeste opvalt is de heldere blauwe kleur van het water, variërend van turquoise tot zeegroen. Het water komt van een paar rivieren en vooral ondergrondse bronnen en zit vol mineralen. Het zal vast heel gezond zijn maar je mag hier het water niet in, wat misschien maar goed is, want indat geval had het er vast veel vertrapter uit gezien.
We lopen langs adembenemende watervallen en hele heldere, knalblauwe meertjes. Een geweldig mooi natuurgebied met heel veel fotogenieke plekjes. Overal in het water zien we grote scholen forellen zwemmen.
Met een elektrisch aangedreven boot steken we een van de meren over om daarna weer te voet verder te gaan.

Vroeg in de avond zijn we uiteindelijk weer terug bij de ingang en wachten vervolgens nog een uur in de brandende zon op het pendelbusje. Er klopt niks van de tijden en al gauw hebben we spijt dat we niet gewoon met onze eigen auto zijn gegaan.
Terug op de camping vallen we allebei in slaap. Als we na een uurtje weer wakker worden maken we wat eten en ruimen de tent vast op, zodat we morgen alleen nog maar hoeven op te breken en kunnen vertrekken. Laat in de avond gaan we ons douchen, we lezen nog wat en ik werk het reisverslag bij.


DAG 5
maandag 27-07-09
De volgende ochtend om 8:00 verlaten we de camping en rijden richting Dubrovnik in het uiterste zuiden van Kroatië. Vanaf hier zo’n 450 kilometer rijden. De autobaan in die richting is nog niet voltooid en de laatste 120 kilometer rijden we dan ook binnendoor. Eenmaal in Dubrovnik gaan we op zoek naar een camping, die we al gauw gevonden hebben. We informeren bij de receptie en er is nog plaats. We besluiten de komende twee nachten hier door te brengen. De camping is erg rustig, oud en een beetje viezig (kost nie wat, hej ook nie wat…). We zetten in recordtempo de tent op en ondertussen word ik vriendjes met een ranzig babyzwerfkatje. Maar veel tijd kan ik niet investeren in mijn nieuwe vriendschap, want we willen vanmiddag nog naar Dubrovnik.
Rond 14:00 zijn we daar. We besluiten om eerst een wandeling te maken over de stadsmuur die rondom de hele stad loopt en die zo’n twee kilometer lang is. Overal hebben we een geweldig uitzicht over de stad en de zee. Eenmaal rond lopen we de trappen af en de stad in. We slenteren eerst wat door de toeristische winkelstraatjes, eten een gigantisch groot ijsje en hebben het bloedje heet. We proberen een beetje weg van de drukte te komen en dwalen wat door de achterafsteegjes van het stadje, frissen ons in een fontein enigszins weer op en eten dan op een terrasje een pizza.

De hele avond brengen we door op een terras op een pleintje, en eigenlijk blijft het ook de hele avond erg druk. Wanneer we de stad verlaten is het al laat en de zon verlicht nog net alle rode daken, een waanzinnig mooi gezicht!
Stef ramt in de parkeergarage een pilaar met de spiegel van de auto en schuift dat vervolgens mij in de schoenen (of ik niet even had kunnen zeggen dat daar een paal stond…). Terug op de camping gaan we douchen en kruipen vervolgens meteen ons bed in. Midden in de nacht word ik wakker van een geluidje, als ik m’n ogen open doe zie ik vaag iets fladderen. Ja hoor!! Een mega-sprinkhaan in ons mini-tentje… Ik word gek!! Met heel veel lawaai maak ik Stephan wakker en duik vervolgens zo diep mogelijk weg in mijn slaapzak. Stef (mijn held…) zorgt ervoor dat dat beest de tent uitkomt en daarna slaapt hij rustig verder, ik lig de rest van de nacht om me heen te kijken of die sprinkhaan niet toevallig een broertje of zusje heeft die nog in onze tent is achter gebleven.


DAG 6
dinsdag 28-07-09
We slapen uit… ik een beetje en Stephan heel erg. Terwijl Stef nog slaapt loop ik naar het dichtbijgelegen dorpje voor brood. We ontbijten pas laat, lummelen nog wat rond en pas om 11:30 rijden we richting het Arboretum van Trsteno. We lopen vanaf boven richting de kust en zo wat heenen weer door het park.
Het valt ons eigenlijk een beetje tegen, maar maken wel mooie foto’s. Stef was nog het meest gecharmeerd van een trekkertje dat er stond weg te roesten. Om 13:30 hebben we het wel gezien. We overleggen even wat we de rest van de dag gaan doen, Stef wil graag naar het allerzuidelijkste puntje van Kroatië en ik vind het best. Dat puntje is gelegen in het nationaal park Pavleka.

Daar aangekomen lijkt het ons het handigst dat we een fiets gaan huren, maar van de tien fietsen die er staan is er maar één nog in een staat die het toelaat om erop te fietsen. De rest heeft een lekke band, een losse voorvork of een ander mankement. Er zit niks anders op dan te gaan lopen in deze zinderende hitte. We willen een rondje lopen om het hele schiereiland, maar al gauw hebben we daar spijt van. Het is een saaie asfaltweg, en de temperatuur laat het bijna niet toe dat je je überhaupt beweegt.
Toch lopen we door, eigenlijk in de hoop dat het treintje dat hier schijnt te rijden ons achterop komt en we in kunnen stappen. Uiteraard gebeurt dat niet.

Helemaal op de uiterste punt staat een oud ford. Daar binnen is het gelukkig qua temperatuur een stuk beter uit te houden. We blijven er even hangen en beginnen dan met frisse tegenzin aan de terugweg. Stef bedenkt zich dat dezelfde weg terug misschien wel erg saai is en ziet een soort van pad door de struiken. Geen idee van waar we uit gaan komen wandelen we dat pad in. Al gauw zie ik boven het pad een gigantisch spinnenweb met een hele dikke zwarte spin.
Eigenlijk wil ik alleen nog maar terug, maar Stef weet me ervan te overtuigen dat de kans wel heel klein is dat die spin net omlaag valt als ik eronder door loop. Gelukkig gebeurt dat ook niet, maar al snel is er een tweede web en weer wandelen we eronder door. Dat klinkt relaxed, maar dat was het niet…! Het derde web zit een stuk dichter aan de grond en ik moet er gebukt onderdoor. Ondertussen ben ik één en al paniek. Terug is inmiddels ook geen optie meer, want dan kom ik gegarandeerd die drie spinnen weer tegen en wie weet was dit de laatste.
Nou, mooi niet! We hebben serieus wel twintig hele grote spinnen gezien en ik wil alleen nog maar terug naar huis! Naar De Lut! Weg uit dit enge rotland met die mega-sprinkhanen en horror-spinnen. Ik baan me jankend een weg over het eiland en sta letterlijk te springen van vreugde als we uiteindelijk weer terug zijn op de hoofdweg. Ook al moeten we nu nog heel ver over die hele hete weg, het kan me allemaal niet meer schelen. Onderweg komen we nog wat loslopende ezeltjes tegen en terug bij de ingang van het park gaan we met onze kleren aan de zee in om af te koelen. Kan me niet herinneren dat ik ooit eerder zo blij ben geweest met een beetje verkoeling…

Dan rijden we terug naar de camping. Onderweg gaan we langs de supermarkt om boodschappen te doen voor het avondeten. Terug op de camping gaat Stef eten maken en ik ga iedereen sms-en en bellen over mijn ‘day in hell’. Ik heb nog lang last van dit tochtje en mijn spinvrees is erger dan ooit tevoren!
Laat op de avond gaan we douchen, ik vergeet mijn handdoek, waardoor ik me kletsnat weer in mijn kleren hijs. De warmte maakt dat ik zo droog ben. Waar het bij Plitvice ’s avonds zodanig afkoelde dat we een vest aantrokken, blijft het hier langs de kust eigenlijk de hele nacht heel warm. Terug bij de tent lezen we nog wat en dan gaan we slapen, voor de tweede nacht op rij lig ik niet echt lekker…


DAG 7
woensdag 29-07-09
Als we wakker worden breken we de tent af. Hoewel Dubrovnik echt een heel mooi stadje is ben ik heel erg blij dat we hier weg gaan. Alles hier doet me nu aan die spinnen denken. Om 8:30 zitten we in de auto richting Sibenik, we rijden nu langs de kust en stoppen regelmatig vanwege de geweldig mooie uitzichten.
We rijden naar het nationaal park Krka en informeren vast naar een bezoek aan het park. We zoeken vervolgens een camping vlakbij het park, om 15:30 hebben we ons kampje weer opgebouwd. Ook hier is het weer enorm heet. We zijn jaloers op de buurman van de camping die een privé zwembad in de tuin heeft en vragen ons af of hij het goed zou vinden als we tegen betaling ook een duik nemen. We durven het allebei niet te vragen en als alternatief lopen we zo nu en dan naar de douches om ons met koud water af te spoelen. Die avond eten we wat op het terrasje van de camping en blijven daar de rest van de avond zitten om wat te drinken, te kaarten en te lezen.


DAG 8
woensdag 30-07-09
We zijn vroeg uit de veren, ik haal brood bij de receptie, we ontbijten en daarna vertrekken we met de auto naar park Krka.
Een geweldig mooi park, maar een stuk kleiner dan Plitvice. We lopen de langste wandelroute en omdat dit al met al maar een goed uur lopen is doen we dat op ons dooie gemakje. Iets over de helft is er de mogelijkheid om te zwemmen onder één van de watervallen. Omdat we onze tas en camera niet onbeheerd achter willen laten doen we dat om en om. Het is nog vroeg en dus niet heel erg druk nog. Als we allebei weer opgefrist zijn gaan we op het bijgelegen grasveld op het terras zitten, we drinken wat en eten maar weer eens een ijsje.
Op het terras treffen we een stel uit Zeeland van onze leeftijd. We praten een tijdje over waar zij langs reizen en waar wij langs reizen en wisselen wat tips uit. Ze raden ons aan om op de terugweg naar het Triglav gebergte in Slovenië te gaan, ik vind het een heel goed plan, maar zie al aan Stephans blik dat dat hem waarschijnlijk niet gaat worden.

Wanneer we het terras verlaten is het er gigantisch druk geworden en heeft het meer weg van een pretpark dan van een nationaal natuurpark. Het wemelt hier ook van de eettentjes en souvenirwinkeltjes. Erg zonde en een smet op de waanzinnig mooie omgeving. Iets na de middag zijn we terug bij de auto en we besluiten een stuk van de kustroute te rijden tot aan Zadar. We rijden rond over het schiereiland Murter en in het gelijknamige plaatsje eten we iets op een terras. Een erg mooie route!
Daarna rijden we door naar Zadar en brengen daar een bezoek aan het oude centrum, daar komen we Merlin en Harald tegen, erg toevallig!

Zadar is de voormalige hoofdstad van Dalmatië en ligt op een schiereiland. Zadar is het stedelijke, economische en culturele centrum van Noord-Dalmatië. De stad vormt met meer dan 90.000 inwoners de vijfde stad van Kroatië. We lopen er een stuk door de stad en langs de zee en uiteindelijk weer terug naar de auto. Om 19:30 zijn we terug op de camping. Ik schrijf het reisverslag, Stef drinkt een biertje en we maken plannen voor morgen.


DAG 9
woensdag 31-07-09
Vandaag staat ons een lange reis te wachten. We willen in één keer van Sibenik naar ergens boven in Istrie rijden en onderweg Pula ook nog bezoeken. Omdat we de heenweg via Plitvice zijn gereden en dus de kustweg op dit stuk nog niet gezien hebben, willen we dat vandaag gaan doen.
De route is heel erg mooi, je merkt wel dat het landschap hier platter is dan wat meer zuidelijk. We stoppen onderweg heel vaak bij de panoramapunten en pas zes uur na ons vertrek uit Sibenik zijn we in Pula.
Pula is een erg leuk toeristisch stadje en de grootste stad van Istrië, het ligt op het meest zuidelijke punt van het schiereiland. Het bekendste bouwwerk van Pula is het amfitheater, die in grootte de zesde plaats inneemt onder alle Romeinse arena’s die behouden zijn gebleven. We lopen er een paar uurtjes rond, eten wat op een terrasje en horen ergens vanuit een ijssalon ‘Leef als een zigeuner’ uit de boxen schallen, beetje vreemd…

Dan willen we op zoek naar een camping en het liefst nog voorbij Porec, zodat we daar als we weer richting huis gaan niet meer langs hoeven in verband met de drukte. Omdat de TomTom het hier niet doet en we hem dus geen camping kunnen laten zoeken zijn we aangewezen op de borden langs de weg. De aangegeven campings zijn allemaal van die mega parken, waar we eigenlijk een hekel aan hebben, maar we zullen toch moeten slapen vannacht. Bij de eerste camping krijgen we ruzie met het kereltje dat de slagboom bedient. Een campinggast die zowel Duits (met ons) als Kroatisch (met dat kereltje) spreekt, probeert die vent te overtuigen van onze goede bedoelingen, maar slaagt daar niet in. Uiteindelijk zijn ook wij zo over de zeik dat we hem maar peren hier. Bij de tweede camping meer succes. Kamp Umag in de gelijknamige plaats. Het is een heel groot vakantiedorp en we kijken onze ogen uit. En voor twee nachtjes is het ook eigenlijk best lekker om een zwembad op de camping te hebben, vooral nu het overal zo stervensheet is.

Bij de receptie is er wat verwarring. Achter de balie staat een meisje dat overduidelijk niet echt lol in haar werk heeft. Erg ongeïnteresseerd vraagt ze naar onze wensen en als we zeggen dat we een klein tentje bij ons hebben, maar wel stroom willen wordt het wel heel erg lastig. Want het veldje voor kleine tentjes heeft geen stroom…

Als we zeggen dat ze ons toch tussen de grote tentjes kan zetten valt het kwartje bij haar ook. Dan rijden we naar ons plekje en begrijpen we enigszins waar de verwarring van het meisje vandaan kwam. Voor, naast en achter ons staan gigantische caravans met voortenten, luifels en boten. We liggen in een deuk, parkeren de auto op onze gigantische ‘kavel’, pakken onze zwemspullen uit de auto en gaan naar het zwembad. Die tent komt later wel. In het zwembad hangt het er ook met de poten uit, maar toch is dit wel een welkome verfrissing. Na twee uurtjes aan het zwembad wat te hebben gelezen gaan we maar eens terug om de tent op te zetten. Als die eindelijk staat hebben we nog meer lol om ons armoedige voorkomen en nu moet ook de buurman lachen.
Als de tent staat gaan we snel even douchen en lopen dan wat rond over de camping. We willen eigenlijk pizza eten en gaan dus op het terras zitten, maar nog voordat iemand ons komt helpen begint er een animatieprogramma waarbij allemaal kleine Nederlandse kids het kabouter Plop dansje gaan doen. We kijken elkaar aan, toch maar niet… En lopen verder. Even verderop zien we zelfs een kapperszaak en een fitness studio, haha, wie in godsnaam gaat er tijdens zijn vakantie naar de kapper? Wanneer we in de richting van de zee lopen zien we daar ook een restaurant, en 1300 kilometer van huis krijgen we een Nederlandstalige kaart voor onze neus. Hoewel daarmee een deel van de charme verloren gaat, is dat stiekem wel verdomd makkelijk.

Na het eten willen we terug naar de tent, maar dat valt dus even tegen. We verdwalen tussen de duizenden tenten, caravans en campers en pas heel veel later zijn we weer terug bij de tent en zijn de camping een beetje zat. Wanneer we ergens ver weg op de camping Jan Smit horen spelen, wordt het er niet veel beter op. Rond 23:00 gaan wíj naar bed, de ‘gezelligheid’ op de camping gaat tot in de late uurtjes door.


DAG 10
woensdag 01-08-09
De volgende ochtend slapen we uit en als er bij de campingwinkel een rij staat besluiten we zonder ontbijt te vertrekken richting Rovinj. Al heel vroeg zijn we daar en de eerste toeristen zijn er al. Rovinj is een erg leuk stadje langs de kust gelegen op een schiereilandje, dat sinds 1763 verbonden is met het vaste land. Het is een mooi gezicht hoe de gekleurde huisjes helemaal tot aan de zee doorlopen zonder een boulevard er langs. De oude stadskern is erg gezellig en we lopen er een groot deel van de ochtend rond. We ontbijten pas laat op een terras bij een bakkertje en daarna willen we naar Porec.

Maar terug op de hoofdweg staan we meteen al in de file en later horen we dat dat elke dag zo is in het hoofdseizoen. We komen nog wel in Porec, maar als we daar moeten gaan zoeken naar een parkeerplek hoeven we allebei niet meer zo nodig.
We besluiten door te rijden naar Motovun, een klein dorp op een berghelling. Onderaan de berghelling is een slagboom die de hoeveelheid toeristen in het dorp doseert. De jongen bij de slagboom kent de bewoners van het dorp en die kunnen er dus ook gewoon doorrijden. Wij moeten even wachten en onder het principe van één eruit, één erin kunnen we even later doorrijden.
Het is een heel leuk dorpje met veel kleine steegjes en pleintjes en kleine toeristenwinkeltjes. We blijven even kijken bij een man die hout aan het snijden is, echt heel knap, en we twijfelen of we iets zullen kopen.
Maar gelukkig beseffen we ons al gauw dat dat soort dingen thuis ineens veel lelijker zijn dan in een zonnig vakantieoord. We drinken wat en gaan dan terug naar de camping. Die avond liggen we nog even aan het zwembad, we gaan uit eten en als we pas laat terug zijn bij de tent gaan we meteen slapen.


DAG 11
woensdag 02-08-09
Deze ochtend breken we al heel vroeg de tent weer af en vertrekken zonder ontbijt weer richting Nederland. Wanneer we terug in Slovenië zijn kan de TomTom weer in en we voeren onze bestemming in: Berchtesgaden. De plaats waar het Kehlsteinhaus, ook wel het Adelaarsnest genoemd, is gebouwd op de top van de Kehlstein.
Voordat we naar het Adelaarsnest zelf gaan brengen we een bezoek aan de bunkers van het Berghof, het zomerhuis van Hitler. De Berghof zelf is tijdens een geallieerd bombardement in april 1945 volledig verwoest. De bunkers zijn nog wel bereikbaar, via de achterdeur van Hotel zum Türken dalen we af naar de donkere en vochtige schuilkelders. Daar waar voorheen de doorgang was naar de woning van Hitler en Eva Braun is de wand nu dichtgemetseld vanwege instortingsgevaar.

Na de oorlog hebben de Amerikanen het beheer van de Obersalzberg overgenomen en hebben ze plannen om ook het Kehlsteinhaus te verwoesten. Op aandringen van de regering van Beieren bleef het huis gespaard en werd het uiteindelijk overgedragen aan de deelstaat Beieren, onder de voorwaarde dat alles wat aan het naziverleden was gerelateerd zou worden uitgewist. Dit om te voorkomen dat het een bedevaartsoort zou worden voor hedendaagse nazi’s. Tegenwoordig is het hele gebied op de Obersalzberg vrijgegeven en inmiddels is het een veel bezochte toeristische attractie.
Eén van Hitlers vertrouwelingen, Martin Bormann, organiseerde de bouw van dit theehuis als geschenk aan Hitler voor zijn 50e verjaardag. Een belachelijke onderneming, gezien de steile hellingen van de Kehlstein. Het was de nazi’s erom te doen het Duitse volk te verbazen met hun daden en dus werd er besloten om hier het ‘unmögliche zu machen’. Kosten noch moeite werden gespaars om het project zo snel mogelijk te realiseren. Met name de weg er naartoe, de Kehlsteinstrasse is technisch gezien een enorme prestatie. De weg werd aangelegd onder zware omstandigheden, waarbij zeker zes arbeiders het leven verloren.

Met de Kehlsteinstrasse kon men niet de top van de Kehlstein bereiken, om deze reden werd besloten de weg te laten eindigen op een parkeerplaats en voor het laatste gedeelte een tunnel en een lift te bouwen dwars door de berg heen. Deze lift werd voorzien van alle comfort, zoals ventilatie, gestoffeerde banken en spiegels, dit om de claustrofobie van de fuhrer te drukken.
Hoewel het Berghof dichtbij het Kehlsteinhaus ligt, kwam Hitler er toch niet vaak. Niet alleen vanwege zijn claustrofobie, maar hij had ook last van hoogtevrees en kon slecht tegen de ijle lucht op grote hoogte. Bovendien was hij bang voor aanslagen tijdens de reis met de lift. Kortom, Hitler was een mietje! En daarmee werd het Kehlsteinhaus niet het succes waar Bormann op gehoopt had.
Met dezelfde lift als Hitler destijds bereiken wij nu het Adelaarsnest. De tocht naar de top van de Kehlstein is al behoorlijk indrukwekkend. Met een speciale bus met heel veel vermogen en een speciaal remsysteem rijden we via de hele steile Kehlsteinstrasse omhoog tot op de parkeerplaats. Vanaf daar lopen we door de lange tunnel die eindigt bij de ingang van de lift, de toegang tot het theehuis. Wanneer je de lift uitstapt sta je meteen in de hal van het theehuis. Behalve de spectaculaire plek waar het gebouwd is en het idee dat 65 jaar geleden Hitler hier rond heeft gelopen is het niet heel erg bijzonder.

Het is omgebouwd tot een restaurant, binnen zitten mensen aan tafeltjes koffie te drinken en er hangt overal een etensgeur, een beetje jammer. In de grote achthoekige salon herken ik de marmeren haard, een cadeautje van Mussolini.
Op internet heb ik gelezen dat er niks in het Adelaarsnest nog doet herinneren aan de nazi’s, maar dat blijkt helemaal niet zo te zijn. De geschiedenis van het gebouw wordt door middel van een fotogalerij uitgelegd en op die foto’s staan ook Hitler en Eva afgebeeld. Hoewel het een zwaar beladen plek is, is het uitzicht vanaf het terras waanzinnig! Je kijkt hier heel ver uit over de Alpen en we zien in de verte de Königsee. Hier krijgen we nog meer bevestiging dat het echt een prestige project is geweest: ‘Kijk eens wat wij kunnen!’ Vanaf het terras kun je een klein wandelingetje maken naar het hoogste punt van de rots.
Vanwege het weer dat lijkt om te slaan zie ik dat niet zitten, maar uiteraard gaat Stephan hier niet weg voordat hij op dat topje is geklauterd. Hij rent richting de rots terwijl juist iedereen omlaag komt. Het wordt steeds donkerder en overal om ons heen grommelt het. Wanneer hij heel hoog en heel ver weg is komt er een Duits kereltje naar buiten rennen die schreeuwt: ‘Come back, come back!!’ Gelukkig komt hij dan terug en we regenen nog net nat voordat we het Kehlsteinhuis weer binnenrennen. Iedereen doet een beetje paniekerig en de hele rots trilt wanneer het begint te donderen, echt doodeng!

Ik wil heel graag zo snel mogelijk weer naar beneden, maar ook de bus ziet het niet zitten om nu langs die steile helling omlaag te rijden. Uiteindelijk gaan we toch, en dat ritje is allesbehalve leuk! De chauffeur ziet niks, omdat het water van de bovenkant van de bus allemaal over de voorruit heen stroomt. Ondertussen blijft het onweren en elke keer als er een klap komt horen we gegil in de bus (of ben ik dat zelf?) Halverwege staan er een paar bergbeklimmers midden op de weg die ook mee willen naar beneden, uiteraard gaan die mee en we zijn blij als we eindelijk weer beneden zijn. Daar gaan we nog even kijken in het bezoekerscentrum en dan gaan we verder. Het is al avond en we willen eigenlijk nog een stuk verder rijden, voordat we een slaapplek gaan zoeken, zodat we morgen niet zo’n lange dag meer hebben. Uiteindelijk zoeken we in de buurt van Nürnberg een hotel waar we de allerlaatste nacht van deze vakantie door brengen. In het restaurantje (lees: kantine) van het hotel eten we sauerkraut mit bratwurst (iew!) en pas laat die avond liggen we in ons nest.


DAG 12
woensdag 03-08-09
We hebben geen wekker gezet, maar toch zijn we vroeg wakker. We ontbijten in het hotel en dan rijden we in een paar uur terug naar huis.