Indonesië 2013

DAG 1
zondag 28-04-13: De Lutte – Jakarta

En ineens is het dan al zover, vandaag vlieg ik naar Indonesië. En omdat Stef het hartstikke druk heeft, en er ook gewoon niet zoveel om geeft als ik, ga ik alleen.
En das nu ineens best wel eng! Bijna zo eng dat ik me ga afvragen voor wie ik dit eigenlijk doe… Stef brengt me naar Hengelo, en ook dat gedag zeggen is even lastig. Maar ja, dat heurt d’r bie…
Ik ben vroeg op Schiphol, dus lig daar nog een hele tijd te lanterfanten en om 21 uur vliegen we dan eindelijk. Ik probeer te slapen, maar dat lukt niet. Ik heb denk ik wel op 75 manieren op m’n stoel gezeten, maar nog doet het me overal zeer. M’n buurmannen aan weerszijden zitten zestien uur achter elkaar bijna bewegingsloos en die schijnen nergens last van te hebben.


DAG 2
maandag 29-04-13: De Lutte – Jakarta

Na een korte tussenlanding in Kuala Lumpur, landen we om 17:15 Indonesische tijd op Jakarta (het is hier 5 uur later dan in Nederland). Regelen van het visum en de bagage gaat allemaal gesmeerd, en al gauw sta ik buiten. Okeejj, hier is het HEET…!! Het is al bijna donker, maar zo warm en zo vochtig en ik loop nog in m’n Hollandse lange-armen-en-lange-benen-kloffie. Er duiken meteen allemaal mannetjes bovenop me die me weg willen brengen met een taxi. Op internet had ik gelezen dat je die allemaal moet negeren en gewoon moet doen alsof je precies weet waar je moet zijn. Dus dat ga ik doen! Ik zet m’n zelfverzekerde blik op en met resolute passen loop ik langs de straat. En als iemand vraagt of ik een taxi wil, zeg ik heel stoer: ‘No thanks, I know the way…’.
Maar die weet ik helemaal niet, en ik loop alsmaar verder bij het vliegveld weg en ik begin me dan ook langzaam af te vragen of deze strategie nou wel de meest efficiënte is.
Ik word dan wel nauwelijks meer lastig gevallen, maar zo ga ik ook nergens komen heb ik het idee. Bij toeval kom ik op het busstation terecht en informeer alvast hoe ik morgen het beste naar Bandung kan reizen. Zij adviseren me om met de bus te gaan (tja, vrij voor de hand liggend antwoord op een bussstation), maar ik heb gelezen dat het traject met de trein veel mooier is.

Maar de eerste zorg is nu om bij het hotel te komen. En nu ik gemerkt heb dat de vrouw-van-de-wereld-tactiek niet werkt doe ik het maar gewoon op m’n eigen kip-zonder-kop-tactiek… Ik vraag iedere drie meter aan iemand waar ik naartoe moet, alle normale burgers zijn lief, maar (nu ik toch iedereen over één kam aan het scheren ben) alle taxi-chauffeurs eikels! Ze noemen steeds bedragen waarbij ik zelf na tien minuten in Indonesië op m’n klompjes aanvoel dat ik genaaid word. En als ik dan al een keer denk: Naja, loat goan… Dan moet ik weer met ze mee naar één of ander achteraf taxi’tje ver weg op de parkeerplaats. Hmz… Ook maar nie doen hè… Op m’n kip-zonder-kop-hoogtepunt hoor ik iemand vragen: ‘Everything under control?’  Ja hoor! Denk ik. Nou ja, beetje dan… Niet helemaal. Of eigenlijk helemaal niet… Of zo…

Hij lacht en vraagt of ik misschien een lift wil. Ik scan hem ondertussen met mijn zeer goed ontwikkelde antenne voor oplichters en ander tuig, haha! Jaar of 50, pantalon, overhemd, stropdas… Keurig! Z’n accent en z’n voorkomen doen me zijn verhaaltje dat ie een Australische expat is ook geloven. En z’n snuit staat me ook wel aan. Kortom, instappen maarrrrrrr! En zo sta ik een half uurtje later voor m’n hotel voor de eerste nacht! Hij wil geen geld aanpakken en dus druk ik zijn chauffeur maar wat in de handen.
Hij heeft me een beetje bijgepraat over normale taxiprijzen, en ook hij raadt me aan om morgen met de trein te gaan in plaats van met de bus.

In het hotel spreek ik mama en Audrey nog heel even via Skype en Whapp nog wat in het rond….


DAG 3
dinsdag 30-04-13: Jakarta – Bandung

Ik heb slecht geslapen, vanwege het tijdsverschil kwam ik pas heel laat in slaap, en ik blijf dus maar iets langer liggen dan ik doorgaans doe op vakantie. Vandaag wil ik naar Bandung, en eigenlijk wil ik dat perse met de trein. Zowel het traject van Jakarta naar Bandung als van Bandung naar Yogyakarta moet heel mooi zijn. Ik informeer in het hotel en de jongen achter de receptie vraagt me of ik gisteren al wel een ticket heb geregeld… Euhm… nee dus. En zijn blik geeft me de indruk dat dat geen heel gelukkige keuze is geweest. Ik besluit het toch te proberen, en mocht het niet lukken, ga ik óf met de bus, óf ik probeer ik naar Bogor te gaan. De allerlaatste optie is een dagje in Jakarta blijven, maar daar voel ik eigenlijk helemaal niks voor.

Eerst maar eens ontbijten, een buffet met rijst en noodle achtige dingen, en vlees en warme groente. Heerlijk op de vroege ochtend begrijp je wel. Ik gooi maar twee boterhammen in de broodrooster… Een shuttlebusje brengt me weer naar het vliegveld en als ik nu met de trein wil moet ik eerst met een bus naar het treinstation, met het risico dat de tickets al op zijn. Ik besluit dus met de bus te gaan. Vanwege mijn gebrek aan flexibiliteit ben ik er behoorlijk van over de zeik, maar ’t is niet anders. De bus vertrekt gelukkig vrijwel meteen, en ik ben de enige westerling in de bus (waar in godsnaam zijn alle toeristen?). Het is wel een leuk ritje, eerst een heel stuk door de drukte van Jakarta, waarbij ik steeds in slaap sukkel. En later door de rijstvelden, mooi!!

Hele grote stukken kunnen we vanwege de drukte maar heel langzaam rijden, en naast ons rijdt een klein vrachtwagentje waarvan de chauffeur steeds indommelt. Onze chauffeur claxonneert dan en dan wordt ie weer ff wakker. Levensgevaarlijk! Wanneer we opgesteld staan voor de tolpoortjes laat ie z’n vrachtwagentje iets te ver door rollen tijdens het dommelen en ie raakt z’n voorganger. Pats! De hele voorruit aan diggelen! Haha, zo grappig hoe die zo half slaperig dat glas uit z’n haar zat te kloppen.

De bus zet me af ergens op een soort industrieterreintje… Ver weg van alles… Ongemerkt val ik weer terug in m’n kip-zonder-kop-tactiek en een heel groepje mannen roept: ‘Miss, miss!’ Even denk ik nog dat ze me een lekker wijf vinden, maar helaas, ze willen me alleen even op weg helpen, zo jammer… Ze wijzen me een kantoortje binnen van de busmaatschappij en daar is een meisje dat in heel goed Engels uitlegt wat ik moet doen om bij het treinstation te komen. Een taxi nemen en niet meer dan 30.000 Rupiah betalen (EUR 2,40). Oké, dat klinkt simpel… Maar er staat één rij taxi’s en als de eerste 50.000 zegt, zeggen ze dat daarna allemaal. Mijn onderhandelen haalt niks uit en ik ben ’t ook zat. Ik betaal wel 50… Als we twintig minuten later op het station zijn, zie ik wel dat de meter op 93.000 staat, maar we hadden een deal, dus ik betaal 50. ’t Ventje boos, Tessa boos, iedereen komt zich ermee bemoeien, en ik ben bang dat wanneer ik uitstap hij er met m’n rugzak vandoor gaat die ik de kattebak ligt. Toch waag ik het erop, en het pakt goed uit…

Op het treinstation helpt een lief mannetje me een kaartje kopen, ik zoek een slaapplekje, ik haal geld en ik boek een tourtje naar de vulkaan morgen! Ik loop een rondje door het centrum, maar ik vind er niks aan, al vroeg ben ik terug in het guesthouse en nestel me daar mooi op een terrasje!


DAG 4
woensdag 01-05-13: Bandung

Vandaag een superleuke dag gehad. Vanmorgen al vroeg uit bed, want om 8:00 moet ik klaar staan voor de tour die ik gisteren geboekt heb. Ik hoop maar dat ‘dat mannetje’ komt opdagen, want ik heb hem gisteren op straat ook al een aanbetaling gedaan. Maar als ik aan het ontbijtje zit zwaait ie me al gedag, en als ik het op heb gaan we op weg.
Eerst gaan we naar de actieve vulkaan Tangkuban Perahu, op ongeveer een uurtje rijden van Bandung. De weg er naartoe is echt geweldig!
Je kunt bij de vulkaan met de auto helemaal tot aan de kraterrand rijden, wat er voor zorgt dat het hier wemelt van de toeristen. Maar ook hier geen westerlingen te zien (één gezin gezien die zeker niet Nederlands waren, maar wel wit). Eigenlijk alleen Indonesische vakantiegangers. Heel veel opdringerige gidsen die met me mee willen en ik wil dat niet. Ze zeggen steeds dat het verplicht is in verband met gevaarlijke gassen. Ik geloof er geen fuck van en vraag ze beleefd of ze niet zo willen drammen.
Ze blijven wel nog even achter me aan zwermen, en als ik zo’n infocentrum inloop zeggen ze ook daar dat een gids verplicht is als ik ook naar de tweede krater toe wil, kosten IDR 300.000,- !!! (EUR 24,-). En het is maar een half uurtje lopen. Ga ik dus niet doen (in de hoop dat geen enkele toerist dat doet, en ze noodgedwongen weer normale prijzen gaan vragen). Ik loop de andere krater half rond, de andere helft is afgesloten vanwege een uitbarsting afgelopen maart en de vulkaan is nog steeds onrustig.
Daarna moet ik nog heel vaak op de foto met allemaal schattige meisjes met hoofddoekjes, slenter nog wat langs de kraampjes en zoek dan de chauffeur weer op.

Dan ga we naar een theeplantage, hartstikke leuk! Heel veel vrouwen aan het werk en die laten me precies zien wat ze allemaal aan het doen zijn. Ik help ze ook even met het plukken van de takjes en dan hebben ze de grootste lol. Als we daar weg gaan, begint het te regenen. Ik wilde eigenlijk naar de hotsprings, maar we besluiten nu om eerst naar de theefabriek te gaan. Ook weer heel leuk! Ik mag de hele fabriek door en ze laten het hele proces zien. Van hoe de geplukte takjes in zakken binnenkomen, totdat het thee is.
Buiten giet het, echt niet normaal! De bergweg is veranderd in een complete waterval! We doden de tijd door maar een paar koppen thee achterover te slaan (ow help, toch geen kraanwater??). En als het droog is koop ik een pakje thee en dan gaan we.

En dan gaan we naar Ciater, een park met overal hotsprings waar de Indonesiërs vaak komen in vakanties en weekenden. En dat was me toch leuk! Wel honderden kleine warmwaterbronnetjes, watervalletjes, bruggetjes en paadjes. Heel veel groen, en heel, heel veel mensen. In ieder badje zit wel een familie of een groepje vrienden gezellig bij elkaar. Overal liggen kleedjes waar mensen liggen te lezen, jongeren zakken chips leeg eten en kids zitten te spelen. Voor hen ben ik de grote attractie, ik moet heel vaak op de foto (50 keer is niet overdreven), en dat klinkt echt kut, maar ik vond het zo lollig. Telkens als ik door m’n knieën wil om op dezelfde hoogte te komen als zij, zeggen ze: ‘No, no, no!’ Haha, dat was voor hun nou juist de grap, die lange witte tussen al die kleine bruine. Iedereen zit hier trouwens met kleren aan in die poeltjes, en ik wist dat we hier heen gingen, dus wel een bikini bij me, maar haha! Dat lijkt me niet zo heel erg gepast… Een groepje jongens vraagt of ik bij ze kom zitten, zij in het water en ikke pootje baden. Ik trakteer ze op gefrituurde-weet-nie-wat-het-wasjes en uiteraard moeten er groepsfoto’s gemaakt worden. Als er andere jongens bijkomen kloppen ze hun blanke troffee allemaal trots op d’r rug. Zo van: ‘Kijk eens wat wij aan de haak hebben geslagen!’ Haha!

En dan weer terug naar Bandung, ik spring snel even onder de douche en dan wil ik naar het echte centrum (gisteren in de buurt van het hotel rondgeslenterd). Ik vraag de jongen achter de receptie waar ik langs moet. Ik zie al aan zijn kop dat ie het een heel slecht idee vindt. Je weet de weg niet, het is heel ver, het verkeer is zo druk, dit moet je écht niet gaan doen! Ik zeg hem dat wanneer ik verdwaald ben ik altijd een taxi aan kan houden en zeggen dat ik naar het treinstation moet. Ook een slecht idee volgens hem, die taxi’s zijn allemaal corrupt zegt hij, ze rijden gewoon rondjes met je, zodat de prijs hoog wordt. Als ik wil gaan moet ik één van die mannen die hier steeds voor het guesthouse rondhangen vragen om me te brengen en halen. En als ik dertig minuten wacht is hij vrij en wil hij wel met me mee. Oké, dat is ook wel net zo gezellig. Ik drink ondertussen koffie met die mannen voor het guesthouse en daarna laten we ons in het centrum afzetten. We slenteren wat door de winkelstraat en eten wat in een viezig tentje en lopen dan weer richting het hotel. Wat een expeditie! Dat verkeer, niet normaal! Als de weg drie banen heeft, rijden ze toch met vier naast elkaar, en daartussen door nog heel veel brommertjes. Budi steekt zonder al te veel moeite steeds over, en ik doe er als ’n oald meanske achteraan.

Gelukkig komen we weer heelhuids terug en drink ik nog een biertje met Budi en Bobbi (de chauffeur van vandaag). Als ik vraag hoe laat ik morgen bij de trein moet zijn, belooft Bobbi dat hij me morgenvroeg tijdens het ontbijt wel op komt halen en even met me meeloopt om te zorgen dat ik in de goede trein terecht kom. Lief toch! Het plenst dan trouwens weer als een gek, dus als ik terug kom ga ik nog maar eens douchen, want alles zit onder de drek. En daarna kruip ik lekker onder de warme, vochtige wol…


DAG 5
donderdag 02-05-13: Bandung – Yogyakarta

Heel vroeg uit bed, om 7:00 gaat de trein naar Yogyakarta en ik hoop dat ik voor de tijd nog kan ontbijten in het guesthouse, maar er is nog niemand wakker.
Bobbi is er dan uiteraard ook nog niet, maar ik besluit toch alvast naar de trein te lopen, lukt vast alleen ook wel. Ik laat een briefje achter voor Budi en de andere jongens en nog geen tien minuten later zit ik al op m’n plekje! Ook nu weer vrijwel alleen Indonesiërs in de trein, en ik zie een groepje fransen. De treinreis is echt geweldig! Alsof er een film aan ons voorbij trekt, of beter gezegd, wij aan de film. Het landschap lijkt een sprookjesachtig mooi decor, de mensen met hun grote hoeden in de rijstvelden figuranten. Maar het is hier zo mooi! En gelukkig ook heel erg echt! En als iemand je nog eens probeert wijs te maken dat het gras bij de buren echt niet groener is, geloof dat dan niet. Hier is het gras echt zoveel groener dan bij ons! Intens groen.

We maken een reis door een fabelachtig mooi landschap, bergen, dorpjes, hutjes vlak langs de spoorlijn, rijstvelden, echt geweldig. Heel veel fruitbomen: bananen, mango’s, papaya’s, kokosnoten, hele smoothies komen voorbij 😉
De deuren hier hoeven niet perse dicht en urenlang zit ik op de grond in de deuropening naar buiten te kijken met de wind in m’n smoel. Dit moet heel dicht bij het ultieme gevoel van vrijheid komen… Bij stations waar we stoppen komen mensen de trein in om hun handelswaar te verkopen, ook komen er dan bij de deuren bedelaars staan, waardeloos is dat, ik voel me asociaal rijk. Als ik terug naar m’n eigen plekje ga, klets ik wat met Antoni, een jong ventje dat studeert in Bandung en zelf in Yogyakarta woont. Samen vreten we de zak drop leeg die ik bij me had. En als we over zijn helpt ie me even wegwijs in de stad en dan zwaaien we elkaar gedag.

Ik vraag een becak (fietstaxi) me naar Wisma Ary’s te brengen. Een guesthouse waar Audrey en Thijs vorig jaar ook geslapen hebben. Het menneke vraagt aan z’n collega’s de weg en dan weet ie het wel denkt ie. Maar hij fietst zich een slag in de rondte en we komen maar niet waar we moeten zijn… Yogya ligt lager dan Bandung en dat merk je met name aan de temperatuur, uit al m’n poriën klotst zweet. Maar mijn vriend, die ook nog die lompe fiets, en die lompe toerist vooruit moet trappen, trekt onderweg nog even z’n jas erbij aan! Haha! Na een half uurtje fietsen vraag ik hem even te stoppen en haal twee flesjes cola, één voor hem en één voor mij. Maakt ie niet zo vaak mee merk ik aan zijn reactie. Gauw daarna heeft hij gelukkig ook gevonden waar we moeten zijn.

Ik spring snel onder de douche, en blijf even zitten in de tuin van het guesthouse. Zo’n mooi plekje! Het is niet midden in het hectische centrum, maar voor een paar cent brengt de becak je daar naartoe. Beter voor mijn gemoedsrust dan dat gekkenhuis in Bandung! Aan het einde van de middag loop ik een rondje in de omgeving van het hotel en zit een hele tijd om een bankje te kijken naar wat er om me heen gebeurt. Het ‘Miss, Miss, Miss’ vliegt me weer links en rechts om de oren. Terug bij Ary’s spreek ik een Canadees meisje, ze gaat die avond naar een balletvoorstelling en vraagt of ik zin heb om mee te gaan. Ach ja, waarom ook niet hè!

Dan vraag ik hoe ik het beste naar Borubodur en Prambanan kan gaan, twee hele grote tempelcomplexen. Ze belt met een paar tourist offices, maar ze hebben allemaal geen mensen bij wie ik kan aansluiten, er zijn gewoon weinig toeristen nu. En normaal vind ik dat juist heerlijk, maar nu zou ik het wel leuk vinden als ik af en toe een westerling zou spreken. Ze probeert het net voordat we naar het ballet gaan nog een keer en zegt dan: ‘Still no friend for you…’. Haha, dat komt wel heel sneu over! Dan ga ik wel met de motor, achterop bij een van de jongens die bij Ary’s werkt. Ze vraagt hoe laat ik weg wil en ik zeg dat ik wel vroeg weg wil. ‘Okay, 4 AM?’ vraagt ze… Huh? Watte?!? Slik! Ik dacht meer aan 7:00 of zo. Haha! Maar in verband met de drukte op de weg, de drukte bij de tempels, de zonsopkomst en de temperatuur misschien toch niet zo’n slecht idee.
Ik baal nu wel van dat stomme ballet, want wil gewoon pitten, maar ga nu niet meer afzeggen. Gelukkig duurt de voorstelling niet zo lang, en iets na 22:00 lig ik in bed. Was achteraf nog best leuk! Meer acrobatiek dan ballet, met hele mooie pakken, wel vermaakt.


DAG 6
vrijdag 03-05-13: Yogyakarta

Om half vier wekt m’n telefoon me, Jezus! Ik dacht dak vakantie had! Ben er gauw uit, weer maar es douchen en dan kijken of Budi (nee, niet dezelfde) er al is. Even later rijden we door een pikkedonkere, maar vrijwel uitgestorven stad. Hoewel ik in een legging en hempje achterop zit, ben ik eigenlijk niet bang. Zo af en toe flitst er even een beeld door m’n hoofd van een klapband of een kip die de weg op rent. Want hoewel het hier heel normaal is om onbeschermd op de motor te gaan zitten, vrees ik dat wanneer je op je bek gaat, de gevolgen vergelijkbaar zijn met die in Nederland… 😉

Na een dik uur zijn we bij de Borubudur, een gigantische Boeddhistische tempel. Mooi hoor, en als je hier bent kun je dit echt niet overslaan. Maar eerlijk gezegd niet super indrukwekkend en ik heb het al gauw gezien. Ook hier word ik weer opgehouden door een groepje schoolkinderen: ‘Can you please tell me something about your country?’, ‘Can you please tell me something about the wooden shoes?’, ‘Can you please tell me something about the tulips?’

Ik maak wat foto’s voor het Luutke, want uiteraard kan ik het nu niet maken om zelf zonder foto terug te komen. Ik vraag in het Engels een meisje of ze een foto wil maken. Zij antwoordt terug in het Engels. Als ik haar wil laten zien waar het voor is zegt ze: ‘Dat is ja Nederlands dat boekje!’ Haha, zitten we een beetje moeilijk te doen… Als ik weer weg ga wordt het al drukker bij de tempel, het is dan net 6:30 geweest…
Dan weer op de motor, wat trouwens heel erg gaaf is, Budi kent overal de weg en rijdt overal binnendoor. Watervalletjes, beekjes, grote rivieren en weer heel, heel veel rijst! Maar dat ben ik nog lang niet zat… We stoppen onderweg een paar keer om wat te drinken, foto’s te maken, en als een niet al te flexibele, beetje sukkelige Jane aan lianen te slingeren. Haha, wel lachen! Onderweg komen we langs de Merapi, een vulkaan die regelmatig uitbarst en vaak asregens geeft. Ook nu komt er rook uit de top, waardoor het lijkt alsof hij ieder moment kan gaan uitbarsten.

Dan de Prambanan (Hindoestaans), vind ik zelf mooier dan de Borobodur (maar Budi is ernstig beledigd als ik dat zeg, dus vertel dat maar niet verder 😉 )
Ook hier weer met een schoolklas op de foto, na iedere foto vindt er overleg plaats in welke samenstelling ze op de volgende foto willen. Ze mopperen er onderling wat af, en Tessa doet braaf wat van haar verwacht wordt… Als iedereen de foto’s heeft die die altijd al wou, zeg ik dat ik ook een foto wil met iedereen tegelijk. Haha, iedereen juicht! Ook volwassenen hè! Serieus!!! De troonswisseling was er vast niks bij! 😉
Tijdens een aardbeving in 2006 is dit complex zwaar beschadigd en lange tijd waren de tempels zelf niet toegankelijk. Inmiddels mag dat wel weer, op een bord staat dat de tempels ‘relatief stabiel’ zijn. En met die mooie helm op m’n kop voel ik me dan ook ‘relatief veilig’.

Als ik Budi weer opzoek is het echt bloedheet! De warmste dag tot nu toe, ook heel erg helder, zodat ik na de Prambanan al iets aan ga doen met lange mouwen, omdat ik aan het verbranden ben. De ochtend is nog niet eens halverwege… En jammer, zo lekker dat windje op m’n blote velletje! En dan gaan we lunchen, soep met beesten! Wat goor!! Haha! Ik slurp er wat van het sap af en Budi krijgt de rest. Ja, zo ben ik nou eenmaal opgevoed… 😉

Als we terug zijn in Yogya stoppen we nog even bij Kraton, het sultanpaleis. Geen flikker aan en een kwartier later ben ik al weer bij Budi. Hij brengt me terug naar Ary’s en gaat er dan zelf ook vandoor. Ik ga me douchen, en dat is echt heel erg nodig, de kleren die ik aanheb zijn drijfnat. Ik was alle kleren die ik tot nu toe aan heb gehad in de wastafel en hang ze over een boompje in de tuin te drogen. Hopelijk lukt dat bij deze hoge luchtvochtigheid. Dan loop ik naar het échte centrum, ik vraag 73 keer de weg, en 73 keer moet ik vervolgens luisteren naar een relaas over een oom in Zoetermeer, een tante in Helmond, een dochter in Purmerend… Wel grappig hoor dat ze Nederland allemaal zo goed kennen. De meeste mensen kunnen ook wel een beetje Nederlands. Vanmiddag zei er eentje dat die vier woorden kon: ‘Eten, drinken, slapen en knalpot’. Ik zei: ‘Watte?!?’ Zegt ie: ‘Knalpot for motorcycle’. Whaha! Geweldig toch!

Ook hier kan ik m’n draai in het centrum niet zo vinden, ik slenter wat over een marktje en door de winkelstraat. Ik zie nog een aapje dat van z’n baasje op een heel klein motortje moet rondcrossen en gitaar moet spelen met een hoedje op, echt zielig! Maar stiekem zorgt dat beest wel voor glimlach…
Het guesthouse is een paar kilometer hier vandaan, maar raadt eens wie ik ineens op straat zie zitten schaken met wat vrienden?! Budi! Echt! Zóóóó toevallig! Er wonen hier 600.000 mensen! Heel raar! Mensen die hier geweest zijn begrijpen hoe toevallig dat is. Echt heel toevallig! (of had ik dat al gezegd? 😉 ) Ik hou m’n handen voor z’n ogen, maar uiteraard raadt ie nooit wie ik ben. Als ie ’t ziet vraagt ie: ‘How did you find me?’ Haha knakker, ik zocht jóu niet! Ze eten een soort grote, gespikkelde kastanjes, als je een hap neemt verwacht je een notensmaak, maar het is zoet, best lekker! Voor het eerst eet ik nu ook uit zo’n stalletje op straat, geen idee wat het was, zag eruit als kleine sjaslickjes, maar ook lekker! Hopelijk is m’n darmstelsel ook tevreden met deze keuzes . En dan brengt een becak me weer terug ‘thuis’.

Ik wil morgen eigenlijk door naar Bromo, Ijen en dan naar Bali. Maar nou schijnt uitgerekend de president morgen naar Bromo te gaan en sluiten ze alles af. Moet ik hier dus noodgedwongen nog een dagje blijven, beetje balen! Probeer nog om met de nachttrein naar Malang te kunnen vanavond nog, maar die is al helemaal volgeboekt. Ik wil gaan googelen naar een andere route, maar wifi is hier bij Ary’s echt slecht en dat lukt ook al voor geen meter. Ik ben er knap chagrijnig van! De enige optie lijkt dus om hier nog een dagje te blijven, en als dat niet anders is wil ik morgen graag naar Dieng. Maar ‘still no friend for me’. En een hele dag lang alleen met een privé auto en chauffeur zie ik niet zitten, dus denk dat het een dagje lummelen wordt. Wel echt zonde dat die klotenpresident me een dag kost!


DAG 7
zaterdag 04-05-13: Yogyakarta

Ik heb nu de tour naar Bromo een dag opgeschoven, dus ga morgenvroeg weg. Die eerste dag betekent dat 11 uur in een bus hobbelen. Vond ik meteen al niet zo’n fijn vooruitzicht, maar als gisteravond eerst Audrey, en vanmorgen aan het ontbijt nog iemand vraagt of ik dat wel zie zitten, slaat de twijfel weer toe. Ik besluit om naar het station te gaan om te kijken of er voor de nachttrein van vannacht wellicht wel nog kaartjes zijn. Dan mis ik het gemak van een complete tour en moet ik alles zelf gaan regelen, maar die helse dag in de bus voorkom ik zo wel. Het lukt! Ik heb een ticket!

Naar het station en terug ga ik met de becak en klets wat met de man die fietst. Als hij vertelt dat twee maanden terug zijn vrouw en zoontje zijn verongelukt en gisteren zijn moeder in het ziekenhuis is overleden, wellen er in zijn ogen tranen. Ik moet moeite doen om me goed te houden… Ik vraag hem of hij niet bij zijn familie moet zijn vandaag. Maar hij zegt: ‘No becak, no money…’. Als we bij Ary’s zijn geef ik hem het dubbele van wat we hadden afgesproken en als ik hem op de foto zet, probeert hij er nog een schamel glimlachje uit te persen. Man, ik kan wel janken!

Terug bij Ary’s cancel ik de tour en ga ik googelen hoe ik het beste naar Bromo en het Ijen Plateau kan gaan vanuit Malang. Ik mail een paar tourist offices, maar ook daar is er nergens een groepstour of zo… Ik besluit morgen in Malang zelf wel op zoek te gaan, hier kom ik er ook niet verder mee. Het is vandaag 38 graden, echt afzien! Ik ga de rest van wat er nog van de dag over is mooi in het bamboe-huisje in de tuin mijn boek uitlezen. Ik zweet me ook als ik stil zit nog de rambam en ik heb m’n sleutel al ingeleverd, dus kan morgen pas douchen, iew!

’s Avonds eet ik wat in de stad, spaghetti, haha! Lekker Indonesisch! Tegen 22:00 wil ik naar het station, en denk zo even in een becak te kunnen springen. Overdag staat het straatje bij Ary’s vol bij becaks, maar nu zie ik er geen één. Ik loop nog een stukje verder of daar misschien ook geen taxi’s staan, maar niks. Ik vraag een groepje jongens of zij misschien weten waar ik een taxi of een becak kan vinden. Ze weten het ook niet, maar ze willen me wel naar het station brengen. Dat betekent dat we met drie man en een rugzak op dat kleine scootertje moeten. Maar ja, niet zoveel keus. Ik zit in het midden en achter me zit één van die ventjes met mijn rugzak op mijn rug, maar haha, wat stunten is dit! Aan de krampachtige manier waarop hij zich vasthoudt merk ik dat hij er bijna af flikkert. Gelukkig komen we al gauw wel een becak tegen, en volgens mij vinden die ventjes dat ook niet heel erg. De man in de becak ligt te pitten, dus ik schud hem wakker en dan gaan we. We proberen steeds met elkaar te praten, maar hij spreekt net zo goed Engels als ik Indonesisch, dus dat wordt niks. Hij mompelt nog wel wat in het Indonesisch en ineens zegt ie uit het niks: ‘Wilhelmina, Juliana, Beatrix…’. Whaha!

Veel te vroeg ben ik op het station, de trein gaat pas om 23:30. Op het station is WiFi en ik app wat met het thuisfront. Ineens zie ik tot m’n schrik dat het al vijf voor is! Waar is die trein? Ben ik wel bij het goede perron? Mijn kip-zonder-kop-gedrag gaat weer met me aan de haal… Een klein meisje zegt dat ik rustig moet blijven en als ze even later haar ticket laat zien (ze moet met dezelfde trein), ben ik enigszins gerustgesteld. Om iets na twaalven is hij er, op naar Malang!


DAG 8
zondag 05-05-13: Yogyakarta – Malang

Rond 8:00 zijn we over in Malang, maar ondanks de kou in de trein (airco op -10 of zo..), heb ik toch nog wel een paar uur geslapen. Gisteren bij Ary’s had ik al een slaapplekje geboekt, maar als ik daar aan kom is het volgeboekt. Godver! Het ventje achter de balie ziet dat ik not amused ben en blijft maar roepen: ‘Sooorrriieee Miester’.
Grappig, ze praten hier minder goed Engels, dus op straat roepen ze nu geen Miss, maar Mister (of zegt dat meer over mij, dan over hun Engels?).
Ze hebben wel WiFi en ik zoek wat adressen van toerist offices. Ik informeer bij twee kantoren naar een groepstour, maar is er niet! Geen zin om de halve dag te verkloten hiermee, dus ik boek wel een privé tour. Wel duur, maar ja, ’t is nie aans… Ik wil eigenlijk vandaag overdag al daar naartoe, maar vanwege een bezoek van de president gaat dat niet, en dus wordt het de nachttour. Ze zegt nog wel dat wanneer er zich vandaag andere mensen melden ik de kosten alsnog met ze kan delen en het teveel betaalde terug krijg.  Naja, het zal wel, geloof er niks van dat ze daar nog moeite voor gaan doen, twee toeristen die volle bak betalen is immers veel lucratiever.

Ik vraag naar een slaapplek en er zit een goedkoop hotelletje op loopafstand. Goedkoop is het zeker, maar ’t is ook echt een belabberde hut. Alles is kapot, waaronder de douche! En daar had ik me zo op verheugd! De sproeier doet het niet, maar er staat een emmer die ik vol kan laten lopen en met een bakje vervolgens het water over me heen gieten. Naja, dat gaat ook… Dat het oud en kapot is, is ook niet het ergste, maar het is ook echt zo smerig. Als ik de badkamer binnenwandel zit er bijvoorbeeld nog een maandverbandje aan de stortbak van de wc geplakt. Gatverdamme!!

Ik was me toch maar en ga dan de stad in, loop een hele tijd over de vogeltjesmarkt. Wat een drukte! Duizenden vogels, maar ook heel veel andere dieren. Piepkleine hondjes, konijnen, katten waarvan ze de vacht steil tegen het heil in föhnen. En dieren die ik nog nooit eerder heb gezien. Maar het meest depressief word ik nog van aapjes in echt piepkleine kooitjes. De vogeltjesmarkt is hier langs de oevers van de rivier en ik loop steeds de kleine steegjes in waar de mensen wonen. Eén grote teringzooi, overal ligt afval! En overal waar je kijkt ligt was te drogen, gewoon in het zand. In de rivier zijn naakte mannen zich aan het wassen en ik voel me knap ongemakkelijk! Gauw maar verder…

In een parkje in de stad is een soort markt aan de gang, het lijkt wel een halve kermis. Heel veel eettentjes, maar eigenlijk verkopen ze alles wat je maar kunt bedenken. Mensen maken muziek, ik zie hier ook weer aapjes die kunstjes moeten doen, en overal liggen families op kleedjes hun buikjes rond te eten. Ik kan hier trouwens redelijk ongestoord rondlopen, mensen kijken wel allemaal, en roepen ook wel regelmatig ‘Miss of Mister’, maar ik heb op Java nog niet heel veel bedelaars gezien. Indonesië is sowieso niet te vergelijken met bijvoorbeeld Tibet en Ethiopië. Het is veel meer ontwikkeld, mensen weten hier over het algemeen precies wat er in de wereld te koop is.
In Tibet voelden we ons soms echt buitenaardse wezens, maar dat is hier zeker niet het geval. De kloof tussen westerlingen en de lokale bevolking is veel kleiner. En hoe erg ik ze die welvaart ook gun, heel stiekem heeft het ook wel wat, zo’n land dat compleet van de rest van de wereld lijkt afgesloten. Ik heb wel ballonnen bij me, maar die deel ik helemaal niet uit. Ook het fotoboekje van Nederland komt hier eigenlijk niet uit m’n tas. Volgens mij maak ik ze daar hier niet eens blij mee… Een leuk voorbeeld van dit contrast is wel dat in Ethiopië de mensen vroegen of we met ónze camera foto’s van hén wilden maken. Hier vragen ze of ze met hún camera foto’s van míj mogen maken.

Op de terugweg terug naar het hotel koop ik drinken en sigaretten. Tijdens de trekking naar Ijen komen we langs de zwavelmijnen en bij het tourist office vertelden ze dat die mijnwerkers erg blij worden van sigaretten. Ik lees nog even een boek en dan wil ik gaan slapen. In Indonesië is het trouwens verboden om als niet getrouwden samen een kamer te delen, en toch doe ik dat nu (sorry Stef…). Dat wordt me trouwens niet gevraagd, maar dat regelt het hotel zelf zo. En uiteraard zit ik niet te wachten op een wildvreemde in m’n nest, maar klagen heeft geen zin, want zo werkt het hier nou eenmaal. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik tot dit moment geen last heb gehad van mijn kamergenootje, want wat niet weet, wat niet deert… Maar als ik het lampje uit wil knippen, is het zover! Ineens sta ik oog in oog met m’n zwarte kamergenoot die gauw een sprintje trekt over het nachtkastje en vervolgens uit het oog verdwijnt! Het is geen spin (ge-luk-kig), maar wat het wel is weet ik ook niet. Ik zit rechtop in bed, het hart klopt me in de keel. Normaal gesproken zou ik nu buiten gaan staan en Stephan alle meubeltjes uit het kamertje binnenste buiten laten keren, maar dat wordt even lastig. Daar gaat m’n nachtrust!


DAG 9
maandag 06-05-13: Bromo

Om 1:30 word ik opgehaald (ja, dat lees je goed). Vandaag gaan we naar Bromo. En dat schijnt met name tijdens de zonsopgang heel spectaculair te zijn. Zo spectaculair dat je er over de koppen kunt lopen heb ik gelezen… Als de auto arriveert zit er toch nog een ander meisje in, Tiara uit Maleisië. Nu kunnen we dus alsnog de kosten delen. In een andere auto reist nog een Zwitsers stelletje mee, maar die gaan niet naar Ijen, vandaar dat we met twee auto’s gaan. We zijn veel te vroeg in Bromo, waar we eerst overstappen in een Jeep, nu wel samen met die Zwitsers. Het is nog heel erg rustig boven en we drinken eerst thee onder een zeiltje. Meteen voel ik al dat dat niet heel lekker valt… Als er meer auto’s komen lopen we vast naar het uitkijkpunt, zodat we straks niet achteraan hoeven te staan. Een half uur later staat het helemaal vol met toeristen, wel voornamelijk Indonesische (die hebben vakantie nu).
Het Zwitserse meisje maakt ruzie met een Franse vrouw die steeds bij op het muurtje wil klimmen waar wij opstaan. Echt mooi man dat Frans! Wil ik ook kunnen!
Als de zon opkomt, verlicht die de Bromo en nog twee andere vulkanen. Echt wel mooi hoor, maar die zonsopkomst voegt volgens mij niet heel veel toe. Als ik het opnieuw moest doen zou ik echt overdag gaan als er niet nog 300 andere toeristen zijn. De gids die bij ons is weet nog een ander uitkijkpunt, een behoorlijke expeditie om daar te komen, maar wel veel mooier, hier zijn we helemaal alleen! Ik kots ondertussen trouwens heerlijk m’n maag leeg…

Voor de drukte aan rijden we naar de voet van de Bromo, mooi ritje daar naartoe! Eerst door het groen en het laatste stukje door een grijs maanlandschap. We parkeren de auto en dan beginnen we aan het tochtje naar de kraterrand. Maar eerst kots ik nog maar eens een keer m’n maag weer leeg… Ik ben hondsberoerd en sleep mezelf naar boven. Het laatste stukje zijn trappen en Tiara haakt af. Ze is moe en heeft het koud. Wel echt heeeel erg koud trouwens, haha, bijna grappig! Maar serieus!! Zo vroeg uit bed gegaan, al bijna boven en dan stoppen… Hoe belabberd ik me ook voel, dat gaat niet gebeuren. De trappen vallen best mee, en vanaf de kraterrand kijk je zo in het stomende kratermeer! Mooi misschien als je nog nooit een vulkaan gezien hebt, maar eerlijk gezegd ben ik niet bijster onder de indruk. De zwaveldampen zoeken zich een weg mijn lichaam in, wat maakt dat ik weer moet kotsen. En ik besluit terug naar de auto te lopen.
Ik ploeter me een weg terug door het mulle as, dat tijdens de uitbarstingen in 2010 en 2011 overal is neer gedaald. De gids vertelt dat de muur rondom een tempel voor die tijd wel drie meter hoog was en nu nog maar een meter of anderhalf. De rest is opgevuld met een dikke aslaag. Ik ben blij als we terug zijn bij onze eigen auto, eet wat biscuitjes en ga dan languit op de achterbank liggen pitten. Na een paar uurtjes word ik weer wakker en voel ik me veel beter. We rijden door een mooi landschap, een hele tijd langs de kust en daarna via allemaal slingerweggetjes in de bergen op weg naar Ijen. We overnachten in een dorpje in de bergen, heel primitief, geen douche en geen elektra. Maar het is hier gelukkig niet zo warm als beneden, dus geen ramp. De biscuitjes hou ik trouwens ook niet binnen, maar ik voel me tussen het kotsen door eigenlijk prima.

Ik maak dan ook een geweldige wandeling van een paar uur, dwars door een jungleachtig landschap. Beetje eng wel, ik heb al wel twee uur geen mensen meer gezien en ik hoor overal hele harde, onbekende dierengeluiden. In de grond zie ik soms van die kleine gaatjes, waarvan ik weet dat mega-spinnen die ook op die manier maken, maar ik besluit om mezelf in de waan te laten dat dit muizen zijn. Overal zijn kleine stroompjes over de paadjes, wat maakt dat deze spekglad zijn. Soms moet ik stukjes klauteren, omdat het pad zich pas iets hoger weer vervolgd. Ik hoor water ruizen en hoe verder ik loop hoe harder het geluid wordt, als ik een stukje door een ondiep beekje loop kom ik ineens bij een waterval! Zoveel geweld en zo dichtbij! Bijna angstaanjagend! Er hangt een dichte nevel en alle rotswanden zijn bedekt met een groene moslaag.
Waanzinnig mooi!

Die avond doe ik niks meer, ik eet hier ook maar niet. Afgelopen nacht heb ik al bijna niet geslapen en nu staat de wekker ook weer op 4:00. Tegen achten kruipen we dan ook allemaal al in ons bed. Veel anders valt er hier ook niet te beleven trouwens nu het donker is.


DAG 10
dinsdag 07-05-13: Ijen

Wakker worden, tas inpakken, twee biscuitjes en om 4:30 zijn we al weer onderweg naar de voet van de Ijen. Het is nog donker als we daar aankomen, maar toch beginnen we alvast aan de trekking naar de krater. De biscuitjes gaat trouwens prima dit keer! Het eerste half uur is dat nog prima te doen, maar daarna wordt het steil! En het grind zorgt ervoor dat we na drie stappen telkens weer een stap omlaag glijden. Best wel eng dus maar vooral zwaar! Op dit uur zijn er toch ook al wat andere toeristen op weg naar boven, en ook die zien we regelmatig in de berm liggen hijgen. Tiara bakt er al helemaal niks van en die wil als het even kan iedere tien meter al weer uitrusten. En geloof me, als je conditie nog slechter is dan die van mij, dan moet je echt dringend op zoek gaan naar een arts. Komt bij dat Tiara ongeveer de helft zal wegen van wat ik weeg (zonder daar verder specifiek op in te gaan 😉 )
Soms loop ik een stukje met andere toeristen mee, om dan een eindje verderop weer op Tiara te wachten. Ik merk trouwens ook wel dat ik zelf steeds minder vlug word, maar vanwege het uitrustgedrag van Tiara merkt niemand daar wat van, haha! Ze twijfelt een paar keer of ze terug zal gaan, maar ik lul haar steeds weer om. Het valt mij ook echt wel tegen, steeds als je denkt er bijna te zijn kom je om een hoekje, en zie je weer een steil bergpad in de verte omhoog lopen. Iedereen die we onderweg tegenkomen klaagt steen en been, behalve de mijnwerkers! Wat een bikkels! Die lopen met een lat op hun schouder, met aan beide kanten een mand. Bergop zijn die manden leeg, maar bergaf zitten ze vol met in totaal ongeveer 70 kilo zwavelblokken. Niet normaal, over dat gladde paadje! En dat tochtje maken ze drie keer per dag! Ergens halverwege komen we langs een hutje waar veel mijnwerkers bij elkaar zitten, hier laat ik de sigaretten achter waar ze erg blij mee zijn.

Dan ploeteren we maar weer verder omhoog, hoewel het hier best frisjes is, heb ik alleen een shirt aan en die is inmiddels drijfnat op m’n rug. De mijnwerkers moedigen ons aan, haha! Moet nie gekker worden! Ik voel me echt zo’n slapjanus! En dan wordt het pad ineens weer vlakker, het vele groen verruilt zich voor gekleurd zand en dan zijn we er! Voor ons doemt een knalblauw kratermeer op. Zo mooi!! Ook hier stoomt het van alle kanten en als we dichter op de kraterrand gaan staan (best wel eng, want één slippertje op het grind en je wordt levend gekookt in het kratermeer) zien we helemaal beneden de mijnwerkers de zwavelblokken hakken. Enkele waaghalzen klimmen over hetzelfde paadje als de mijnwerkers verder omlaag de krater in, maar daar hebben we eigenlijk niet eens over getwijfeld. We zijn onderweg naar boven al een paar keer uitgegleden en hier is dat meteen fataal.

We zitten een hele tijd op de rotsen naar het waanzinnige beeld voor ons te kijken. Ik ben blij dat Ijen pas na Bromo kwam, anders was ik bij Bromo nog meer teleurgesteld geweest. Waarom in alle reisgidsen de Bromo zoveel meer geprezen wordt dan de Ijen is mij een raadsel, wellicht heeft het heftige tochtje omhoog daar iets mee te maken.
De chauffeur zei al dat er in Bromo voornamelijk Nederlanders kwamen en bij de Ijen vooral heel veel Fransen. In hun reisgidsen krijgt Ijen misschien wel de aandacht die die eigenlijk verdient. Na twee dagen m’n eten te hebben uitgekotst en vervolgens deze trekking rammelt m’n maag van alle kanten, ik ben er duizelig van. Samen met Tiara eet ik een heel pak biscuitjes op en dan gaan we terug. Al lopend en glijdend zoeken we ons weer een weg omlaag.

Na een zware, maar supermooie ochtend is het nog twee uurtjes rijden naar de haven. Daar zet de chauffeur ons af en een uur later staan we op Bali. Tiara reist verder naar Lovina en ik ga toch proberen om in Pemuteran terecht te komen, zodat ik kan gaan snorkelen rondom het eilandje Menjangan. Tip van de ouders van Anika, en tijdens het betere googlewerk lees ik regelmatig dat dit één van de mooiste snorkelplekjes ter wereld is. Met de lokale bus kom ik uiteindelijk in Pemuteran en heb al gauw een slaapplekje gevonden. Ik regel dat ik morgenvroeg om 7:00 met een boot mee kan het water op en regel alvast vervoer terug naar Ubud morgenmiddag.

Pemuteran is een leuk strandplaatsje dat vooral bestaat uit restaurantjes, hotelletjes en duik- en snorkel bedrijfjes. Ik eet die avond aan het strand met mijn buren uit Alabama een gegrild visje, en net als bijna al het eten hier is ook dit weer hartstikke lekker!


DAG 11
woensdag 08-05-13: Menjangan

Om zeven uur ben ik bij het kantoortje waar ik de snorkeltour geboekt hebt. Als ik sta te wachten zie ik ineens Molly aan komen (één van die Amerikanen)! Toevallig hebben zij en haar vriend Ben bij hetzelfde kantoortje geboekt. Verder gaat er behalve de gids en degene die de boot moeten varen niemand mee, super dus! Molly en Ben hebben de afgelopen drie jaar op de Filipijnen gewoond, ze werkten daar aan een project ter bescherming van het koraal. Ervaren duikers dus… Nu is Molly zwanger en dat is de reden dat ze nu hier gaan snorkelen. Ik ben straks dus vast weer het lastige mokkel dat nie vooruit te branden is met die flippers aan de poten. We varen ongeveer 45 minuten naar het eiland Menjangan, en Molly en Ben vertelden dat het hun droom was om te gaan duiken rondom Menjangan, maar toen ze al geboekt hadden kwam daar de ongeplande zwangerschap tussen. Ze vertellen welke vissen we kunnen tegenkomen, maar ik ken er uiteraard geen een, haha!

Als we er zijn trekken we onze uitrusting aan, en als ik naar de andere kant van de boot wil, ga ik al bijna op m’n bek door die veels te grote voeten. Ik voel me als een vis op een fiets 😉 Molly en Ben geven me wat tips, en de gids heeft vandaag dus een makkie. Eenmaal in het water gaat dat zwemmen in ieder geval prima! Af en toe heb ik nog wel eens dat ik m’n hoofd draai omdat ik wil kijken waar die andere twee zijn en dan gaat de bovenkant van m’n snorkel onder water. En zo zuig ik dan heerlijk liters zout water mijn luchtpijp in… Maar binnen een paar minuten heb ik de slag te pakken en zwemmen we een stukje van de kust vandaan.

En dan… Wat mooi!!! WAT ON-GE-LOOF-LIJK MOOI!!! Een koraalrif vlak onder me met allemaal koraal en gekleurde planten waarvan sommige met de beweging van het water meedeinen. Zelfs zonder vissen zou ik hier onmeunig onder de indruk zijn! Maar boven, onder en in die planten zwemmen honderden vissen, kleine, hele grote, knalgeel, knalblauw, paars, oranje… WAANZINNIG!! En het water zo kraak- en kraakhelder. En als we nog verder bij de kust vandaan zwemmen gaat dat koraalrif ineens steil omlaag, waardoor er een gigantische wand van koraal ontstaat. We kunnen tientallen meters diep kijken. De zon die het water in schijnt maakt alle kleuren nog mooier! Ik ben compleet overdonderd! Ook Molly en Ben jubelen boven water steeds even naar elkaar hoe fantastisch mooi het er is. Zij kunnen trouwens duiken met de snorkel, vooral Ben kan heel diep en heel erg lang onder water blijven. Dat wil ook! Maar ik heb gelukkig nog wel het benul dat ik dat als amateur maar beter kan laten.

Na een tijdje vraagt Molly of ik Nemo al gezien heb en ik schud van nee. Ze wenkt me met haar mee te komen. Blijkbaar weet ze precies waar ze moet zijn, want bij een plantje met allemaal sliertjes woelt ze wat door die sliertjes en dan komen er twee Nemo’s uitzwemmen. Even later zegt ze dat ze een schorpioen-vis ziet en ze wijst steeds naar de bodem. Ik zoek naar dat zwarte beest met z’n kontje in de lucht en zie dus niks. Molly ligt in een deuk. Dan geeft ze een duwtje tegen het koraal en zwemt het koraal weg… Haha! Die vis zag er precies hetzelfde uit.

Nadat we ongeveer anderhalf uur gesnorkeld hebben gaan we weer aan land, de gids is dan vleesspiesjes aan het BBQ-en. Supergoed verzorgd! Er is nasi, vers fruit, water en cola en voor ons alledrie zelfs een badlaken. Na de hele vroege lunch wandelen we wat over het eiland, de gids zei dat hier herten leven en je weet maar nooit hè… En na nog geen vijf minuten lopen zien we er in de verte al twee staan. En nog even later drie heel vlakbij, een giga gewei op de kop, mooi! Menjangan is onbewoond, maar heeft wel heel veel tempels. We lopen langs de tempels waar ze bezig zijn met de voorbereiding voor een ceremonie. Op het eiland staat ook een enorm groot beeld van Ganesha, de god met het olifantenhoofd. Hindoes zien Ganesha onder andere als beschermheilige van de reizigers. Best wel imposant! Ik neem me voor om morgen in Ubud een kleine Ganesha te kopen voor mijn verzameling GBR thuis (Goed Bedoelde Rotzooi).

Als we terug bij de boot zijn, zien we dat er nu meerdere bootjes zijn aangekomen. Alle snorkeltours beginnen eigenlijk om 9:00, maar omdat ik vanmiddag nog naar Ubud wil vroeg ik of het niet eerder kon. En Ben en Molly hadden toevallig precies hetzelfde gevraagd, en dus gingen we al om 7:00. En daar zijn we nu heel blij mee, want we hadden het water net helemaal voor ons alleen. Na de lunch gaan we een tweede snorkelplek opzoeken, Ben wil graag naar de mangrove. Nu laten ze ons op zee uit de boot gaan en zwemmen we naar de mangrove. Bij de mangrove klimmen we een stukje door het water en de takken, wel even leuk, maar ik zie helemaal geen vissen en wil veel liever gewoon snorkelen. Ik klim dan ook weer terug naar het open water en snorkel nog even verder, ik blijf onder de indruk! Tijdens de lunch legden ze me uit hoe ik onder water kan zwemmen, en nu kan ik zelf ook Nemo’s uit de plantjes jagen! Haha! En als na weer eens anderhalf uur het bootje dichtbij ons horen brommen, begrijpen we dat we moeten gaan. Maar eigenlijk ben ik nog lang niet klaar hier…

Als we dan weer via de eerste snorkelplek terugvaren zien we daar tientallen snorkels boven het water uitsteken. ‘Summercamp…!!’ roept Molly. Echt wel de moeite waard dus om vroeg voor uit je bed te komen. Ben zegt dat ik wel met hen mee kan rijden naar Ubud. Een vriend van hen uit Alabama woont op Bali nu. Zijn bedrif zit in Pemuteran, maar hij woont in Sanur en hij gaat vanmiddag toevallig naar huis. Het transport wat ik al geregeld had cancel ik dus maar. Onderweg laat Steven ons zijn werk zien, hij heeft een oester kwekerij. In eerste instantie om parels mee te kweken, maar de schelpen zelf verkoopt hij ook weer. Een oester doet er zes jaar over voordat ie volgroeid is (of in elk geval de parel), maar een goede parel levert dan ook wel 6000 US dollar op! Big business als je het mij vraagt… Erg leuk om te zien wat er allemaal bij komt kijken!

En dan naar Ubud, een vrij lang ritje. En de gesprekken die ze onderling voeren versta ik niks van. Als ik zeg dat al hun woorden op elkaar lijken en in elkaar door lijken te lopen moeten ze lachen. Blijkbaar lachen Amerikanen uit andere staten ook om hun dialect. Gelukkig is mijn Twengels echt heel goed te verstaan 😉
In Ubud gaan we elk onze eigen weg, zij willen morgen shoppen, en ik niet. Overmorgen zien we elkaar weer terug, want dan gaan we een dagje mountainbiken.


DAG 12
donderdag 09-05-13: Ubud

Na drie dagen achtereenvolgens om 1:00, 4:00 en 6:30 op te hebben moeten staan, kan ik eindelijk weer uitslapen. Maar je raadt het al… Ook vandaag sta ik om half zeven al weer naast m’n kribje. De hele ochtend wandel ik door de rijstvelden, zo mooi en zo stil nog zo vroeg in de morgen. Op sommige velden zijn al mensen aan het werk, maar die lijken zich niet aan me te storen. Een mannetje die boven in een palmboom zit vraagt of ik een kokosnoot wil, en voordat ik kan antwoorden hakt hij er al eentje uit. Met zijn mes hakt hij er een gat in waar ik uit kan drinken, nog steeds niet superlekker, maar stukken beter dat bounty of kokosmakronen, haha!

Terug in Ubud spring ik eerst even gauw in het zwembadje bij het guesthouse. Een tegelzetter is bezig om de zwembadrand weer een beetje netjes te maken. Tijdens het voegen valt de helft van de specie gewoon in het zwembad (ja, zo’n zwembad dus…). Daarna was ik mijn kleren in de wastafel, hier heeft het mooi tijd om te drogen. En daarna loop ik naar Monkey Forest. Een bos aan de rand van de stad waar het wemelt van de apen. Best leuk, je springen je steeds op de schouder of op de schoot en al gauw zit ik dan ook helemaal onder de smerige hand- en voetafdrukken. Mensen die eten of drinken bij zich hebben, hebben trouwens een wat minder leuke middag… 😉

Na Monkey Forest loop ik terug door de hoofdstraat naar de markt die hier iedere dag wordt gehouden. En nee, ik hoef geen taxi. Nee, ik hoef ook geen ketting. Nee, dat schilderijtje mag je ook houden. Ik ‘nee’ er flink op los. Op de markt koop ik de Ganesha en nog wat andere troepjes. Als je vraagt hoeveel iets kost noemen ze een prijs en zeggen ze er meteen bij dat het de ‘first price’ is, whaha! Dus niet de laagste, maar gewoon de eerste, als ik ga drammen komt er een tweede, een derde, een vierde en uiteindelijk vinden we elkaar wel of niet, en ben ik of hun grootste vriend, of één van die verschrikkelijke kloten toeristen.

Daarna ga ik weer even terug naar het guesthouse, neem nog een duik, klets wat met het thuisfront en ga dan op een terrasje wat eten. Al vroeg lig ik in m’n bedje, best lekker zo’n relaxed dagje!


DAG 13
vrijdag 10-05-13: Ubud

Om half acht zijn Ben, Molly en Steven al bij me, we gaan fietsen. Ik had gisteren al fietsen geregeld. Na flink wat gepingel vraagt dat mannetje of we het misschien zo kunnen regelen dat ik ‘special price for you’ krijg, maar dat ik dat niet aan m’n ‘friends’ vertel. Whaha, wat denk je zelf baasje? We zetten de fietsen in de auto van Steven en hij brengt ons een eind weg uit de stad, zodat we vanaf daar naar Ubud terug kunnen fietsen. Hij zet ons af bij een vulkaan waar het in eerste instantie nog vrij rustig is. We willen eigenlijk naar de krater, maar dat blijkt een fikse wandeling die we toch maar overslaan. Maar ondertussen wel een uurtje verder en zijn er ineens heeeel veel toeristen boven. Blijkbaar is dit ook het startpunt voor georganiseerde fietstochten.

We fietsen een stukje met ze op, en dan besluiten we om steeds de kleine paadjes te nemen door de rijstvelden. Mooooiii!! Maar ook zwaar, we rijden weliswaar bergaf, maar moeten toch ook heel vaak nog klimmen en het is zo warm. We zuipen echt liters water, maar hoeven alle drie de hele dag niet te plassen. Het water wat we er boven ingieten loopt rechtstreeks onze poriën weer uit. Soms staan er van die pompen in het veld, waarmee we onze shirten uitspoelen en steeds drijfnat weer aantrekken, lekker fris! Voor zolang dat duurt… We zijn eigenlijk constant verdwaald, hebben geen kaart bij ons en doen maar wat. Als we bek af zijn doen we alleen afdalinkjes en als we weer op krachten zijn kiezen we een paadje waar we moeten klimmen. Molly komt eigenlijk helemaal niet meer op krachten, en ik zeg dat ik het heerlijk vind om mensen tegen te komen die een nog slechtere conditie hebben dan ik. ‘But the Dutch are born on bicycle’ roept Molly dan. Haha, ze moest eens weten… Tegen vieren krijgen we een beetje stress, want we hebben helemaal geen licht op de fiets. We gaan dan maar de weg vragen, en weer een paar uur later zijn we terug in Ubud, het is al lang donker, we zijn gesloopt! Leveren de fietsen in, eten wat op hetzelfde terras waar ik gisteren ook al geweest ben en zeggen elkaar dan gedag. Zij gaan nog voor drie weken terug naar de Filipijnen en daarna zit het project erop.


DAG 14
zaterdag 11-05-13: Nusa Lembongan

Om zeven uur word ik door een shuttlebusje opgepikt die me bij de boot afzet die me naar het eilandje Nusa Lembongan zal brengen. Ik koop een ticket en dan wijzen ze naar het strand, daar ergens instappen. Op het strand aangekomen wijzen ze naar een boot die een stuk verderop in het water ligt. Dat is um! Ja, oké… En hoe kom ik daar? Lopend dus! Auw had een geweldige tip voor me, doe slippers aan, anders worden je schoenen nat. Maar hallo! Als alleen m’n schoenen nat waren geworden was ik allang blij geweest. Alles wordt nat! De golven komen tot aan m’n schouders. Ik loop met m’n dagrugzak boven m’n hoofd en ‘een mannetje’ helpt met m’n backpack. Behalve al m’n kleren is de rest nog redelijk droog.

Net achter me lopen twee franse meiden waarvan er een omvalt in het water. Haar spiegelreflexcamera naar de kloten. Ze komen naast me zitten in de boot en we kletsen een beetje over onze reisroutes door Indonesië. Een andere jongen die Frans spreekt waarschuwt voor hoge golven die straks de boot in gaan slaan… Grrrr!! Iemand van de bemanning ziet dat ook al aankomen en haalt van de nog nieuwe zwemvesten het plastic eraf, zodat we daar onze elektronica in kunnen doen. Voor Delphine een beetje te laat… Er zitten veel surfers op de boot en ook in het water zijn al surfers bezig. Er zijn hier van die golven die zo’n tunneltje maken, heeft vast een naam, maar weet ik niet.
Zo gaaf hoe die surfers daar doorheen schieten! Elke keer als het lukt gaan de surfers in de boot schreeuwen en klappen. En niet veel later zijn wij aan de beurt, er slaat heel, heel veel water de boot in en al gauw liggen alle tassen in het water te drijven. M’n dagrugzak heb ik op schoot en die blijft redelijk droog, maar m’n grote rugzak is doorweekt! Alles wat er inzit is drijf, en drijfnat!

Als we over zijn gaan we dan ook eerst het zout overal weer uitspoelen en leggen alles te drogen op het veldje voor onze hutjes. Dan huren we van de eigenaar van de hutjes twee scooters en gaan rond het eiland crossen. Eigenlijk doodeng, in Valkenburg drie weken geleden was dat met een snorscooter al één groot drama (vol gas het talud in), maar de scooters hier zijn eigenlijk motoren. Dus dat wordt vast feest! Maar gaat best goed, de weggetjes zijn hier smal, superslecht en heel erg kronkelig, waardoor we sowieso alleen maar zachtjes kunnen rijden. Delphine doet in Parijs niks anders, dus die weet sowieso wel raad met dat ding. En Marsjolèh (haha, zo klinkt het, maar voor het gemak noem ik d’r gewoon ff Marjolein) zit alleen maar achterop, want die is bang voor dingen met twee wielen zegt ze. We rijden naar een plek waar we kunnen snorkelen. Marjolein blijft aan wal, want die is nog behoorlijk zeeziek van dat hachelijke tochtje. Delphine en ik gaan met een bootje het water op.

En ook hier is het best mooi, koraal en gekleurde vissen, maar haha! Ik ben al verwend geraakt merk ik. Meeste vissen maar 10 cm lang of zo, koraal op sommige plekken stuk getrapt, water lang niet zo helder, nauwelijks gekleurde planten die met het water meedansen… Kortom, het haalt het bij lange na niet bij wat ik gezien heb op Menjangan.
Maar als ik niet al daar geweest was, had ik dus nu ook geweldig gevonden hoor, want het is ook hier echt wel heel erg mooi. Wat wel leuk is hier, is de stroming en de golven. We hoeven helemaal niet te zwemmen, maar laten ons gewoon meevoeren met de stroming. Soms slaan we weer een paar meter naar voren en dan weer terug, gaaf! De vissen onder ons maken precies dezelfde beweging. Als we terug aan land zijn ligt Marjolein op een ligbedje te pitten, vuurrood! Ook mijn achterkant is echt kats verbrand in dat uurtje op het water.

Op een terras aan het strand eten we wat (een complete vis van wel veertig centimeter op m’n bord). En de rest van de dag scooteren we wat in het rond, via een brug kunnen we naar nog een ander eilandje en als de zon weer vrij laag staat gaan Delphine en Marjolein op het strand liggen, opnieuw in de zon. Met hun franse huidje wil dat ook beter… Ik kruip mooi op een terrasje in de schaduw. Als het gaat schemeren rijden we terug, we douchen, drinken bij een strandtentje nog een milkshake en zitten de rest van de avond voor hun hutje.


DAG 15
12-05-2013: Nusa Lembongan
Als ik wakker word is bij Delphine en Marjolein alles nog stil. Het heeft de hele nacht geregend en het is een paar graden afgekoeld. Ik doe de deur en alle ramen van m’n hutje open en blijf op bed liggen lezen. Na een uurtje of zo kijkt Delphine om het hoekje en vraagt of ik mee ga een stukje lopen. We slenteren wat langs het weggetje langs het strand en als we terugkomen is ook Marjolein wakker.

Om drie uur vanmiddag hebben we de boot geboekt en tot die tijd willen zij bruin worden op het strand. Met mijn Hollandse pikwitte vel is bruin worden voorlopig nog niet aan de orde, maar ik besluit toch maar even mee te gaan. Ik lees een boekje, en omdat we al uitgecheckt zijn en niet meer kunnen douchen ga ik maar niet meer in het water, wel even genoeg zout gehapt de afgelopen dagen. Als snel voel ik dat ook m’n voorkant nu aan het verbranden is en ik besluit alvast terug te lopen. De strandtentjes worden hier op sommige plekken van de oceaan afgeschermd door een hoge wal, aan de zeezijde zit hier nog een kleine kade langs van een meter breed waar je overheen kunt lopen.

De zee is een stuk rustiger dan gisteren, maar toch stroomt er af en toe wel water over de kade. En als ik ergens halverwege ben zie ik het al mis gaan. Een enorme golf komt steeds dichterbij en slaat uiteindelijke metershoog over me heen. Alles is weer drijfnat! Dit keer ook m’n paspoort, telefoon en camera! De locals hebben uiteraard de grootste lol, als een bezopen katje loop ik terug naar onze hutjes. Daar in de tuin was een buitendouche waar ik het zout voor de zoveelste keer maar weer van m’n lijf spoel. Onder een parasol in een strandtentje blijf ik de rest van de middag zitten lezen en alles drogen. M’n telefoon doet helemaal niks meer…
Na een uurtje komen ook die Franse meiden weer terug en één van hen heeft d’r arm geschaafd, ook een golf die hen tegen die hoge wal aan heeft gegooid, haha! Om drie uur komt de boot die we op onze benen na droog bereiken, en ook terug op Bali blijft alles droog bij het weer aan land gaan.

Een motortaxi brengt met naar de ‘tourist-area’ van Sanur. Ik zoek een slaapplekje, werk het reisverslag bij, ga in de stad wat eten en lig die avond om half acht al te slapen.


DAG 16
13-05-2013: Sanur
Na een hele lange nacht heel lekker slapen pak ik mijn tas alvast weer een beetje in en wandel wat door de stad langs de winkeltjes. De roepies die ik nog heb geef ik uit aan wat sieraden, een tas en van die gave broeken die ik thuis toch niet aan doe… 😉
Tegen de middag ga ik terug naar m’n hutje. Voor de laatste keer was ik hier het zweet van m’n lijf en check alvast uit. M’n rugzak kan ik bij de receptie achterlaten. Op het strand nestel ik me met een fruitsapje op een ligbedje in de schaduw, maak het thuisfront jaloers door wat foto’s van het witte strand en palmbomen naar huis te appen (die doen het altijd goed…). Ik lees, eet en drink en aan het einde van de middag ga ik m’n rugzak halen en hou een taxi aan die me naar het vliegveld brengt.

En hele leuke taxichauffeur, zijn vriendin woont in Schotland. Hij is heeeuulll erg nieuwsgierig naar hoe dat in Europa werkt zo’n relatie. Niet getrouwd?? Enneh… Mag je dan ook met anderen? Whaha! Tuurlijk mag dat schatje, je vriendinnetje in Schotland vermaakt zich vast prima in d’r eentje… 😉
Als we bijna bij het vliegveld zijn, bokst ie me tegen m’n schouder: ‘Nice to meet you!’ Hij geeft me z’n kaartje met de vraag of ik hem nog eens wil mailen. Nou baasje… zo gauw ik je ga missen zal ik je mailen 😉

Op het vliegveld moet ik eerst door de bagagecheck en dan ga ik (enigszins tegen m’n principes) op zoek naar sigaretten voor ma. Maar ik kan hier niet pinnen en m’n laatste geld is op gegaan aan broeken die ik nooit aan ga trekken. Dus moet ik weer naar buiten, pin exact genoeg geld en voorzie m’n eigenste moedertje zo met tegenzin van een extra roetlaagje in haar longetjes. Maar ach, daar heb je dochters voor hè… Dan ga ik in de rij staan voor de incheckbalie, waar ons even later iemand komt vertellen dat we toch naar een andere balie moeten. Inmiddels hebben we nog maar een uur voordat de vlucht vertrekt en de rij is heeeeel erg lang. Zo nu en dan voel ik nog heel ver weg een beetje stress borrelen. Na een tijdje loopt er een meisje langs de rij die onze tickets nakijkt. Ze vraagt of iedereen contant geld heeft voor een of andere service-tax of zo… Bij dat soort vage dingen vraag ik me altijd af waarvoor dat is, maar soms is iets maar gewoon zo. Maar probleem dus, want nee, ik heb geen contant geld meer! Dus ik moet weer naar buiten en vervolgens voor de derde keer door de bagagecheck. Ik moet weer achter in de rij aansluiten en inmiddels giert de paniek door m’n aderen. Voor me staat een Nederlands meisje die precies hetzelfde had en nu ook flink in de stress zit.

Als we de bagage hebben ingecheckt en onze boardingpassen hebben gekregen zou onze vlucht al bijna vertrekken. We rennen naar de gate, waar vervolgens ook weer een hele lange rij staat. Gelukkig kunnen we nog mee, en met een half uur vertraging vertrekt uiteindelijk het vliegtuig vanaf het vliegveld in Denpasar.


DAG 17
14-05-2013: Terug naar huis
Na twee uurtjes vliegen zijn we in Singapore, waar we even het vliegtuig moeten verlaten. Anderhalf uur later vliegen we al weer. De vlucht duurt lang!! Ik heb het gevoel dat iedereen in het vliegtuig slaapt, behalve ik. Ik kijk ‘Alles is familie’, ‘Verliefd op Ibiza’, ‘Het bombardement’, ‘Achtste groepers huilen niet’ en speel heel veel potjes tetris. En tussendoor kijk ik iedere vijf minuten hoeveel tijd er al voorbij is.

Heel blij ben ik als ’s morgens het ontbijtje komt, iedereen dus weer tot leven komt en we even later horen dat we ons gereed moeten maken voor de landing. Met liefde doe ik m’n rugleuning weer recht, klap m’n tafeltje in en ‘fasten my seatbelts’. We zijn eindelijk op Schiphol! De trein brengt me terug naar Twente, waar Stef me weer ophaalt op het station. Het zit erop…