Vietnam 2014

DAG 1
donderdag 24-04-2014
Na een nacht van weinig slaap in een hotel in de buurt van Schiphol sta ik om een uur of vier op de luchthaven. Check in, douane door en m’n tijd verdoen met koffie drinken.
Om iets voor zeven ga ik op weg naar de eerste tussenstop in Parijs. Ook hier weer wat vage controles waar ik nooit iets van begrijp, en weer verder met koffie. Ik lees het boek van Andy van de Meijde uit en een paar uurtjes later kan ik weer boarden. Klets wat met een Engelse jongen naast me, begin aan heel veel films, maar kijk er geen een af. Zit achterover, voorover, benen omhoog, benen omlaag, linkerbil, rechterbil, kleermakerszit, hurken, knieën opgetrokken. Naja, verzin een manier hoe je kunt zitten en ik heb het gedaan. Alles döt mie zeer… Tegen beter weten in neem ik me maar weer eens een keer voor dat ik nou écht nooit meer zo ver ga vliegen. We hebben ook heel veel turbulentie, dat kan mij eigenlijk nooit gek genoeg gaan, dat achtbaangevoel vink zo lekker. Maar er begint soms iemand te gillen, waardoor andere mensen ook maar gaan gillen, en uiteindelijk gillen er dan zoveel mensen, dat ook ik ga denken dat het dan vast wel heul gevaarlijk zal zijn…


DAG 2
vrijdag 25-04-2014
Als ik ’s morgens als een zombie de zon weer op zie komen, weet ik dat het niet heel lang meer kan duren voor we er zijn. En even later stap ik uit het vliegtuig met m’n thermoshirt en fleecetrui… T zweet blaank veur de kop! Kearl, wat heet hier! Haal m’n backpack van de bagageband en zie op tegen dat gedoetje met die agressieve taxichauffeurs op het vliegveld. In Jakarta maakte dat dat ik het liefst direct weer naar De Lut toe was gekropen. Gelukkig gaat het er hier een stuk gemoedelijker aan toe, maar dat zou ook aan het tijdstip kunnen liggen. Wel komen er hier ook chauffeurs naar me toe en als ik er eentje vraag wat de prijs is om me naar het centrum te brengen zegt hij 800.000 dong. Hoewel ik nog niet heel veel gevoel heb voor normale prijzen hier, reken ik snel om dat dit ‘ongeveer heel veel geld’ is en half bluffend lach ik het ventje uit. Uiteindelijk organiseer ik een taxi voor 150.000 dong die me afzet in de backpackers wijk van Ho Chi Minh City. Misschien heb ik me alsnog enorm laten afzetten, maar ik ben best tevreden over mijn allereerste onderhandelingsresultaat in Vietnam en een goed gevoel is ook wat waard hè… 😉

Al gauw heb ik een kamertje gevonden en hoewel ik mezelf het liefst bewusteloos op bed laat crashen, douche ik en ga de stad even in. Wil vandaag in ieder geval uitzoeken hoe het werkt met de trein en een tripje naar de Mekong Delta boeken. Het wemelt hier van de boekingskantoortjes en al gauw is het geregeld. Het is nog maar heel vroeg in de ochtend en om de hele dag in bed door te brengen vind ik toch ook een beetje jammer. Ik hou een becak aan en vraag of hij me naar Ben Thanhmarkt brengt. Vooraf spreken we een prijs af van 15.000 dong (ongeveer 50 eurocent). Dat weet ik zeker, want het baasje typte het nog in op z’n rekenmachientje. Onderweg ben ik aan het filmen en hij tettert er steeds doorheen. Ik raak geïrriteerd totdat ik doorkrijg dat hij me probeert te waarschuwen voor scooterrijders die m’n foon af gaan pakken. Oooowww, ik voel me naïef en bitchy en stop m’n telefoon maar gauw weer in m’n tas. Als we er zijn geef ik de becakrijder z’n centen en dan begint het gezeur, hij zegt dat ik hem verkeerd begrepen heb, en hij eigenlijk 150.000 dong bedoelde. Das 5 euro! Voor een minuut of tien fietsen! Een godsvermogen hier! Ik ben boos, hij speelt ook alsof hij boos is, ik geef hem precies dat wat we afgesproken hadden en vraag me af waarom die sukkels zo met toeristen omgaan. Naar een fooi kunnen ze op deze manier wel fluiten en er zal toch niemand zijn die denkt… Oh sorry, bedoelde je dat… Naja, het zorgt er in ieder geval voor dat ik m’n antenne voor oplichters en ander tuig maar ietsje verder uitschuif. Dat hoort ook bij reizen…

De markt is eigenlijk niet veel bijzonders, kleren, parfum, fruit, vlees, alles is er te koop. Het is er een komen en gaan van mensen. Ik ga buiten op een muurtje zitten en kijk… Naar de mensen, maar vooral ook naar het verkeer, dat is niet te beschrijven! Een attractie op zich! Honderden scooters rijden tegelijk een rotonde op, auto’s ook, bussen ook, vrachtwagens ook, fietsers ook, becaks ook, motoren ook. En voetgangers en zwerfhonden steken hier tussendoor gewoon over. Wat een waanzin! Ik zit gewoon te wachten op een ongeluk, maar er gebeurt wonderlijk genoeg niks. Iedereen blijft maar gas geven, totdat ze voor de keuze komen voor een aanrijding of een bijna-aanrijding. Vaak kiest het grootste voertuig voor een aanrijding en de kleinste niet, waardoor het telkens toch weer goed lijkt te gaan. En dan wil ik ook op zo’n scooter (uiteraard achterop)! Nergens heen, maar gewoon jakkeren door deze complete gekte. Al gauw vind ik iemand die wel met me rond wil rijden… Hij vraagt waar ik heen wil en roept wat plaatsen die ik niet eens versta, maar het kan me ook niks schelen, rij nou maar gewoon! Voor mijn gevoel levensgevaarlijk, maar zo gaaf! Iedereen toetert, niet uit agressiviteit, maar gewoon om te laten weten dat ie eraan komt. Totaal overbodig, want niemand zal hier de indruk hebben dat ie de weg voor zich alleen heeft. Het valt me sowieso op dat het hier volledig ontbreekt aan verkeershufters. Ik vraag me zelfs af of de mensen hier wel een middelvinger hebben, en of ze weten wat voor een zinvolle dingen je daarmee allemaal kunt doen.

Ook als vervoersmiddel van goederen is de scooter natuurlijk een ideale uitvinding. Stel nou dat je een nieuw bed wilt… In Nederland gaan moeder en kids dan eerst naar de Ikea, urenlang rondslenteren en zeuren over welk bed het moet worden. En de volgende dag mag papa terug met een aanhanger om het bed op te gaan halen. Samen met de buurman, zodat je met twee man kunt slepen en het vervolgens met 80 sjorbanden vast kunt zetten. Vervolgens rijdt je tot grote ergernis van de andere weggebruikers met 60 kilometer per uur over de autobaan weer naar huis. Hier niet! Hier koop je op de stoep een bed, zet die achter je op je scooter. Houdt met één hand het bed vast en met het andere het stuur. Als je gebeld wordt maak je de keuze of je even zonder handen gaat sturen, of vertrouwt op de stabiliteit van de constructie achter je. Alles wat qua aantallen of omvang in Nederland in een gemiddelde stationwagen tot problemen zou gaan leiden, wordt hier moeiteloos vervoert op een scooter. Top!

Poes heeft trouwens ook de tijd van z’n leven, die heeft me toch een sjans. Iedereen roept ‘so nice’ of ‘lovely’ en Poes krijgt regelmatig een aai over z’n bolletje. Blijkbaar is de aaibaarheidsfactor van Poes 2.0 groter dan z’n voorganger. Toch moet ik Poes teleurstellen, ik merk dat m’n huid verbrandt, m’n slippers voor blaren gaan zorgen en ik ben gewoon gesloopt. Ik ga terug naar het hotel, wat nog een hele expeditie is. Alle straten lijken op elkaar met reclames, uithangborden en neonverlichting. Onderweg haal ik bij de Starbucks een cakeje op Audrey’s verjaardag (rekening volgt). En uiteindelijk vind ik gelukkig het hotel terug, ik spring onder de douche, schrijf een stukje van het reisverslag en slaap. Eindelijk…


DAG 3
zaterdag 26-04-2014
Vandaag vroeg op, om 8:00 vertrekt de bus. Ik heb een tourtje geboekt naar de Cao Dai tempel en de Cu Chi tunnels uit de oorlog. Het is een behoorlijk toeristisch tripje en het voelt een beetje alsof ik op schoolreisje ben. Inclusief een gids die gezellig de hele weg er naartoe door de microfoon tettert. De helft van wat ie zegt ontgaat me, dat ligt gedeeltelijk aan mijn desinteresse en gedeeltelijk aan zijn Engels. Na een korte koffie- en plaspauze zegt ie bijvoorbeeld: ‘Kaw bak taw da bas’ (ja, dat is Engels…). Haha!

Ik raak lekker geïrriteerd van dat gekakel, totdat ik de naam Nick Ut hoor vallen, dat is de fotograaf die in 1972 de World Press Photo gewonnen heeft met de bekende foto van het wanhopige naakte meisje tijdens de Vietnamoorlog. De gids vertelt dat we bijna bij de plek zijn waar die foto genomen is. En hoewel tijdens de hele voorbereidingen voor Vietnam die oorlog eerlijk gezegd een beetje aan me voorbij is gegaan, raak ik er hier door gegrepen. De wanhoop op het gezicht van dat meisje is zo aangrijpend dat ik het nog helder op mijn netvlies heb. Het meisje op de foto heet Kim Phuc en ze is kort voordat de foto genomen is geraakt door een napalmbom (een brandbom met een soort stroperige benzine) van de Amerikanen.

In Vietnam was er een burgeroorlog gaande tussen Noord en Zuid Vietnam. Het communistische noorden werd hierbij gesteund door de Sovjet-Unie en het zuiden door de Amerikanen. Hiermee probeerde Amerika te voorkomen dat het communisme zich zou uitbreiden in Azië. Deze oorlog werd voor de Amerikanen een grote mislukking. Ze dachten dit klusje snel even te klaren, maar de Noord Vietnamezen lieten zich met hun guerrilla tactieken niet zomaar overmeesteren. De oorlog duurde daardoor uiteindelijk veel langer dan verwacht. Hoewel de westerse wereld in eerste instantie nog vrij positief was over de aanwezigheid van Amerikaanse soldaten in Vietnam, veranderde dat in de tweede helft van de oorlog. Het was de eerste oorlog waarvan in de media uitgebreid verslag werd gedaan, en daardoor leek de wereld zich pas te realiseren wat voor ellende een oorlog met zich meebrengt. Met name na de foto van Kim Phuc zorgde ervoor dat het westen aandrong op het terugtrekken van de Amerikanen uit de oorlog.
Daarnaast hebben de Amerikanen miljoenen liters ontbladeringsmiddel (Agent Orange) over Vietnam uitgesproeid. Dit zorgde ervoor dat alle bomen afstierven en zij zo de vijand makkelijker konden vinden. Dit gif heeft echter ook als verschrikkelijk gevolg gehad dat er tientallen jaren na de oorlog nog steeds zwaar verminkte kinderen werden geboren. Google maar eens foto’s… echt niet normaal! Tot zover het educatieve gedeelte van dit reisverslag… 😉

We rijden door naar de Cao Dai tempel. Een hysterisch gebouw, dat wat weg heeft van een carnavalswagen. Mooi! Dat wel! Zoals het ook bij een schoolreisje gaat moeten we over een uurtje terug zijn bij de bus. In de tempel loopt een klein Vietnameesje ons steeds met een stok in onze kont te prikken en druk te gebaren dat we door moeten lopen. Er begint zo een ceremonie en het is duidelijk niet de bedoeling dat wij daar bij zijn. Toch kunnen we uiteindelijk vanaf een balkon meekijken, en dat is eigenlijk best wel leuk. Voor even dan… 😉 De airco in de bus blijkt uiteindelijk net iets meer aantrekkingskracht te hebben, en ruim binnen het uur zijn we weer terug.

Ik trek vandaag veel op met een stelletje uit Keulen en een man uit Stuttgart. Zij hebben alle drie andersom gereisd dan ik (zij begonnen in het noorden) en het zit er dus voor hun bijna op. Tijdens de lunch geven ze me nog wat tips over welke plekken ik moet bezoeken en welke ik juist over moet slaan. En dat komt redelijk overeen met dat wat ik van Ellen (Bosch voor de kenners) al gehoord had. Na de lunch door de Cu Chi tunnels. Opnieuw erg toeristisch… Dat begint al met een eerste superklein openingetje van een tunnel waar iedereen die dat leuk vindt één voor één in kan gaan staan voor een foto, zucht… Melanie (dat Duitse meisje) en ik hebben de grootste lol als ook de wat minder slanke Aziaatjes er in willen, eentje komt er niet meer uit zonder dat ze met zes man aan z’n armen staan te sleuren, haha! Ik waag me er maar niet aan met m’n Hollandse ass. De tunnels zijn in totaal 200 kilometer lang en verbinden zes dorpen met elkaar. Onder de grond bevinden zich complete woonkamer, keukens en andere ruimten waar mensen konden verblijven. Uiteraard kruipen wij ook een stuk onder de grond door, we zien wat vallen waarin je gespiest wordt als je erin trapt ennnn… We mogen schieten met een AK-47!! Maar op dit terrein, overgoten door een verschrikkelijke geschiedenis voelt dat toch wat oneerbiedig en ik besluit me in te houden… Haha, ECHT NIET!!
Ik wil het! En zo gaaf om die gigantische terugslag van een Kalashnikov eens te ervaren. Hoewel de geweren vastgezet zijn, denk ik morgen alsnog een blauwe schouder te hebben. Zo vet! Weg alle frustraties over het schoolreisje! Terwijl de adrenaline nog door m’n aderen suist lopen we terug naar de bus.

Na anderhalf uur hobbelen zijn we terug in Saigon, zo noemen de Vietnamezen Ho Chi Minh nog altijd. Of eigenlijk bedoelen ze daarmee alleen het stadscentrum.
Nu ik zo midden in die oorlog zit, besluit ik toch maar om ook naar het War Museum te gaan. Hier word ik opnieuw met m’n neus op de keiharde feiten van de oorlog geduwd. Met name de foto’s van de slachtoffers van Agent Orange blijven me bij… Wat verschrikkelijk!! Het kost me teveel moeite en tijd om alle Engelse teksten door te spitten, en het museum gaat zo sluiten. Op m’n kamer schrijf ik het reisverslag en lees op internet alles wat ik kan vinden over de Vietnamoorlog.

Straks mijn tas weer pakken, want morgen vertrek ik voor twee dagen naar de Mekong Delta, zin in!


DAG 4
zondag 27-04-2014
Opnieuw vrij vroeg uit m’n mandje. Douchen en onderweg naar de bus ergens een ontbijtje organiseren. Met een mannetje of vijftien in de bus, een oud barrel en de airco werkt ook niet, dat kon nog wel eens een plezierig ritje gaan worden. Het overgrote deel is Aziatisch en het is grappig hoe westerlingen elkaar dan direct opzoeken. Ik beland naast Ruth uit Leipzig (waarvan ik overigens de hele dag heb gedacht dat die Ruud heette, haha). Halverwege de ochtend zijn we in de Mekong Delta en gaan we met kleine bootjes het water op. De vrouwtjes peddelen zich een slag in de rondte en we voelen ons behoorlijk opgelaten. Maar ik ontpraat me dat schuldgevoel altijd door te denken ‘ach, het geeft ze wel een inkomen…’.

Maar het is hier wel supermooi…!! Soort jungle van palmen en bananenbomen, met kleine riviertjes ertussen die helemaal overgroeid zijn door de palmen. We worden afgezet op een eilandje waar we kunnen gaan lunchen. De kaart is spectaculair… Slang, struisvogel, krokodil… We zijn inmiddels met z’n vijven samengeklonterd en we besluiten vijf verschillende gerechten te bestellen en vervolgens alles samen te delen. Als ik die struisvogel weg zit te kauwen, moet ik steeds denken aan z’n guitige harige bolletje… Na het eten gaan we fietsen huren en we willen rondom het eiland gaan fietsen. Blijkt dat eiland geen eiland… En blijven wij dus maar fietsen… We zijn dan ook veel te laat terug bij de boot en we zien wat geïrriteerde Aziatische snoetjes… Oeps!

Als enige van de hele groep heb ik een tweedaagse tour geboekt en m’n vier kersverse vriendjes moet ik dus meteen al weer gedag zeggen. De tourguide zegt dat ik maar op een bankje moet wachten en een nieuwe tourguide me daar weer op komt pikken. Ik zie het allemaal al weer helemaal mis lopen en raak in de stress… Maar nog geen drie minuten later hoor ik achter me: ‘Het girl! We know you!’ Het stel uit Keulen die ik gisteren ontmoet heb bij de tunnels! Ik ga de tweede dag van de tour met hun mee! Leuk!
Zij hebben inmiddels ook al een groepje binnen hun (hele grote) groep gevormd met wat Duitsers en Fransen en ik word voorgesteld als ‘the dutch girl from yesterday’. Het stel uit Keulen en nog twee anderen hebben een homestay geboekt en een Frans stel en ik een hotel (de homestay was duurder en ik blijf wel een Hollander hè…). We moeten ons dus zo alweer gaan opsplitsen… Hmz… Maar dan komt de tourguide vragen of wij het erg vinden om ook naar de homestay te gaan, vast niet omdat we zo’n leuk groepje zijn samen, maar d’r is ongetwijfeld iets mis gegaan met de boeking. Naja, komt ons goed uit dit keer! Vanaf dat moment noemt iedereen ons ‘the seven’… Haha!

De tourguide zegt dat iedereen moet blijven zitten, maar the seven zo ‘on the road’ gedropt gaan worden. WTF?!??! Er komen dan motoren ons halen om ons naar de homestay te brengen. We zitten elkaar allemaal verbaasd aan te kijken… ‘Zei die dat nou echt??’ Naja, loat goan, ook dit gaat goed komen! En even later worden we langs een soort van snelweg op de vluchtstrook uit de bus gezet en de guide wijst op een scooter op een parallelweg aan de overkant. Okeeejjj, oversteken dus?! Op de scooter zit een man en een klein jongetje, hij geeft de helm aan Clara. Zij gaat als eerste… Pas na een klein half uur is de scooter terug. Een vlug rekensommetje leert ons dat de laatste hier dan nog drie uur staat! Dat moet even anders… Er staat een fruitkraampje en de verkoper heeft ook een scooter. We vragen of hij ook een paar keer mee wil rijden en dat vindt ie prima. We proppen ons nu met drie mensen en alle rugzakken op één scooter. Na een kwartiertje zien we Clara op een verlaten landweggetje in de berm zitten. We worden er melig van, wat gaat dit worden…? Als we allemaal weer samen zijn gaat de man met de scooter weg en het kleine jongetje geeft ons een hand. ‘Welcome guys, I’m your travelguide. Check all your belongings en follow me…’. Whaha! We liggen in een deuk! Het ventje is acht en heet Canh, hij spreekt beter Engels dan wij allemaal samen en hij is niks nie bang! We zijn meteen gek op dat kleine kereltje.
Het is nog een hele wandeling naar de homestay, het wordt al donker, de muggen komen, onze tassen zwaar, onze benen moe, maar Canh zorgt ervoor dat we blijven lachen. Er haakt onderweg een vriendje aan en dan begint het feest. Ze lopen steeds te etteren, gooien elkaar om, trekken fietsers aan het stuur en de wandeling duurt drie keer langer dan nodig was, maar niemand vindt het erg. Dan vragen ze of we stil willen zijn… Ze sluipen bij een huisje het erf op, rennen naar een boom, trekken het fruit eruit en komen terug rennen. ‘Ruuunnnn!!!!!’ roept Canh, iedereen gaat rennen en zo maakt dat kleine baasje ons mede verantwoordelijk voor zijn misdaden, haha! Terwijl ze het fruit met ons delen, liggen Canh en Keo in een deuk. Oja, de pitten moeten we weer bij ze inleveren… Daarmee keilen ze even later bij een ander huis de kippen mee uit de boom.
Dan zijn we bij de homestay, we stellen ons voor aan de familie en dan rennen Canh en Keo lachend weg… We zijn er nog helemaal niet… Haha, wat een rotapen!

Als we er uiteindelijk wel zijn is het al donker, Canh wijst ons de weg en haalt bier, happy water noemt hij dat. We krijgen belachelijk veel te eten, we spelen shithead (typisch backpackers spelletje) en we drinken bier. Ondertussen praat Canh d’r in en d’r uit… Supergezellig avondje! Iets voor twaalf is iedereen zo naar de kloten dat we gaan douchen en slapen, zonder airco en zonder ventilator… Als de lampen net even uit zijn voel ik ineens dat er iemand onder de klamboe door bij me in bed kruipt. Het is Canh…
Als ik om kijk zegt ie: ‘No problem lady, normally this is my bed…’. En Keo slaapt vannacht bij Guillaume. Canh vraagt of hij met m’n telefoon mag spelen, en ik geef hem die. Niet veel later ligt hij met mijn telefoon in zijn hand te slapen. Zo schattig…


DAG 5
maandag 28-04-2014
Om 5:00 komt Keo ons wakker schudden. Als zombies lopen we rond, we lessen onze nadorst, we douchen maar weer eens, we ruimen de rotzooi van de vorige dag op, ontbijten en dan zegt Canh dat het tijd is om te gaan. Opnieuw een fikse wandeling, Canh voorop, Keo in z’n kielzog en wij daar weer achteraan. De mensen uit het dorp zwaaien naar ons en roepen naar Canh, denk dat zij het ook leuk vinden hoe dat knaapje de boel weet te dirigeren.

Bij de boot moeten we de jongens gedag zeggen, dat gaat gepaard met zo’n gangstersgroet waar we gisteravond een hele tijd op geoefend hebben. Vanmorgen gaan we naar een drijvende markt. We verwachten dat we ons weer bij de rest van de groep aan gaan sluiten, maar we blijven de hele dag met the seven. De markt is geweldig! We kopen heel veel fruit, gewoon omdat het zo leuk is… Het over en weer van boot naar boot springen, het onderhandelen, de kindjes die meehelpen, de manier waarop ze heel kunstig het fruit voor je snijden. We hebben een hele leuke ochtend. Er stapt een vrouwtje met sieraden bij ons in de boot, we willen zeven armbandjes kopen van kokosnootkraaltjes. Madhav die voert de onderhandelingen, maar die vent spoort nie… Wat ie allemaal uitkraamt, dat vrouwtje weet niet of ze ‘m bij de kop of bij de kont heeft. We hebben de grootste lol… Pas drie kwartier later of zo komen ze dan eindelijk tot zaken, wij hebben dan al een groot deel van de markt gezien. We bezoeken ook nog een markt op het vaste land, en Jezus…!!! Wat gooorrrrr… Overal ligt drap van vis op de grond, alles stinkt en alles wat ze verkopen doet ons walgen. We zien gevilde ratten, eendenkoppen en Stef, ook van die zwarte vogeltjes die ze in China van dat stokje aten. Iiiieeewww!!! Uiteraard moet Madhav weer zo’n vogel… En hij kauwt er ook nog een stuk af… Dat dan weer wel.

Als we uiteindelijk gaan lunchen hebben we zoveel fruit dat we dat in geen weken zelf op kunnen eten, en waar we zeker niet mee in onze backpacks gaan rondzeulen. We delen het dus maar uit op straat, leuk klusje! Mensen willen ons zelfs geld doen als we ze fruit geven… Na de lunch moeten we afscheid nemen van Melanie en Paulo, het stel uit Keulen, zij reizen van hieruit verder naar Cambodja. De terugweg is het lekker rustig in de bus, de airco werkt en er is zo nu en dan zelfs wifi. Ik bericht wat met Nederland terwijl de meeste mensen liggen te pitten. Na een uur of vijf bussen zijn we terug. Hoewel het in de Mekong Delta relatief koel was (maar nog altijd heeeeeel warm) stappen we hier de bus weer uit in de zinderende hitte van Saigon. Nu moet ik ook de overgebleven vier gedag zeggen. Clara vliegt vannacht naar huis. Guillaume reist verder naar Cambodja en Madhav en Chloe gaan proberen dezelfde trein te boeken als ik naar Hoi An.

Even later loop ik wat door Saigon en voor het eerst ben ik niet meer zo in m’n nopjes… Jammer dat iedereen moet gaan, het is heet, ik ben goor van stof en zweet, m’n tas is zwaar, m’n trein gaat pas om 23:00 uur en ik ben al uitgecheckt, het wordt zo donker en ik word gek van al het lawaai op straat. Naja, niks wat nooit meer over gaat, maar ik vind het gewoon kut even… Ik besluit op zoek te gaan naar een tentje met wifi, zodat ik het reisverslag bij kan werken…

En daar zit ik dus nu, boven een kruispunt waar het verkeer weer een grote wirwar is. Daarnet was er een ambulance met sirenes en zwaailichten, maar niemand die zich daar wat van aan trekt. Af en toe kijkt er iemand wat verveeld achterom. ‘Ach, iedereen heeft wel eens wat..’ zie je ze denken. Ik krijg een berichtje van Madhav dat de trein volgeboekt is en zij met de nachtbus naar Danang gaan en proberen morgen verder te reizen naar Hoi An. Hij zegt dat ze het zullen laten weten als ze er zijn, dus misschien zien we elkaar nog terug.


DAG 6
dinsdag 29-04-2014
Gisteravond nadat ik berichtjes gepost had heb ik m’n backpack opgehaald en ik mocht douchen bij het meisje van het boekingskantoortje thuis. Lief! Ik laat me met de motortaxi afzetten op het treinstation en daar vind ik makkelijk m’n weg. Om 22:30 lig ik al in m’n bedje en deel m’n cabine met alleen maar Vietnamezen die geen woord Engels kunnen. Naja, het grootste deel van de treinreis liggen we toch te pitten…

Iemand whappte me nog dat ik vast lekker kon slapen op het monotone geluid van de trein, maar dat monotone is ver te zoeken hoor. Waar je in China en Rusland redelijk rustig kon slapen in de trein hobbelt en schudt dat kreng hier van alle kanten. Toch val ik vrij snel in slaap. Na een paar uur word ik weer wakker met helse buikpijn, ik realiseer me dat ik nadat ik woensdag van huis ben gegaan al niet meer naar de wc ben geweest. Ja hoor… Iedereen raakt hier aan de diarree en ik heb weer het andere uiterste… Dus de rest van de nacht komt er van slapen niet meer veel.

De volgende ochtend loop ik wat door de trein heen en weer te ijsberen, als ik Angelo tegen kom. De jongen uit Panama die er de eerste dag in de Mekong ook bij was. Ik ga even bij hem in z’n cabine zitten, dat is wel zo gezellig. Niet veel later komt er een karretje langs met eten. Ik heb al sinds gistermiddag niks meer gehad, en vanwege m’n buikpijn ook geen trek, maar ik realiseer me wel dat het beter is om wel wat te eten. Maar dat eten zit in grote plastic emmers en ziet er niet heel uitnodigend uit. Ik hoef nie… En ook Angelo durft het niet aan. De toiletten zijn zo goor dat het al een hele expeditie is om te plassen zonder uit te glijden over dingen die ik jullie zal besparen. We proberen onze toiletbezoekjes dan ook zoveel mogelijk te beperken. En mijn westerse darmstelsel hier nog meer in de war brengen met een bacterierijk maaltje lijkt me dan ook niet de meest verstandige keuze nu.

De familie die bij Angelo in de cabine zit heeft zelf eten meegenomen en geeft ons een gekookt ei, in de schil…! Dat ging in Tibet steeds prima, dus leek me wel een goed plan… Eigenlijk… Tevreden met onze lunch ontdoen we onze delicatesse van z’n schilletje. Angelo pelt wat sneller dan ik en al gauw hoor ik een kreun van afgrijzen naast me. In zijn hand een uit elkaar gevallen ei, en… een dood embryo! Serieus!!! Ik ga kokhalzen, mijn ei hoef ik ook niet meer! Ik wil snert van mama, tuffels van Stef, patat van Jossie, pizza van George… Het kan me allemaal niet schelen, maar ik wil westers eten, NU!!!

Als we bij een stationnetje stoppen zie ik een kraampje met felgekleurde verpakkingen. Biscuitjes?? Ik spring snel even uit de trein en vind geen biscuitjes, maar wel Pringles… Allemaal goed, ik ben gelukkig! Als ik net wil afrekenen hoor ik ineens een keiharde oerkreet over het station schallen: TTTEEEEEEEEEEEEEESSSSSSSSSSAAAAAAAAAAAAAAAA!!!?!!?!!!!!!!!’ In een honderdste van een seconde draai ik me om en zie hoe de trein langzaam begint te rijden. Neeeehhhh!?!? Ik word gek! Zonder te hebben betaald ren ik als een idioot achter de trein aan… De adrenaline giert door m’n aderen. In de verte zie ik in de deuropening een streng Vietnameesje met een autoritair petje op nee staan schudden en de deur blokkeren. Daarachter staat Angelo druk naar me te schreeuwen en te gebaren. Maar ik mag niet meer mee… Ik stop met rennen, blinde paniek! Ik sta god weet waar zonder paspoort, zonder visum, zonder telefoon, zonder rugzak, alleen een bus Pringles die ik niet eens betaald heb en omgerekend ongeveer 1,70 euro aan contanten. Waarom gebeuren dit soort dingen altijd op dit soort plekken en nooit tussen Oldenzaal en Hengelo?

Ik geef het op en wil me net jankend op m’n knieën laten vallen, als ik Angelo weer hoor schreeuwen. Ik kom terug op aarde en realiseer me dat opgeven terwijl de trein nog niet eens uit zicht is, zéééker niet de meest efficiënte aanpak is. Ik hervat m’n sprint, ren over het perron een nieuw wereldrecord. Net iets harder dan de trein… En als ik bij de deur ben steekt Angelo z’n hand over de schouder van het Vietnameesje die de hele opening blokkeert en sleurt me de trein in. Gecrasht op de grond in de trein kom ik weer bij m’n positieven. Van alle stress ga ik dan wel heel hard huilen. Naast me ligt ook op de grond het Vietnameesje te schelden, z’n autoritaire petje is zelfs van z’n wat minder autoritaire bolletje gevallen. En als ik omhoog kijk zie ik Angelo. Hij doet echt z’n best op een pokerface, en met twee handen voor z’n mond lijkt ie wat geschrokken, maar in z’n ogen herken ik een grijns. Rotjong! Als ik trillend weer opkrabbel en alle adrenaline uit m’n lijf probeer te hijgen, barst ie in keihard lachen uit en dat houdt niet meer op. Naja, in ieder geval iemand een goed gevoel overgehouden aan mijn hachelijke avontuurtje. Ik zit nog een hele tijd na te trillen en me in te houden om niet weer in tranen uit te barsten.

Na een tijdje ga ik weer terug naar m’n eigen cabine, we zijn bijna in Danang en ik ga mijn spullen halen. Met de motor is het nog een uurtje rijden naar Hoi An waar ik een slaapplekje ga zoeken. Ik ga eerst douchen en loop daarna nog even de stad in. Bij een apotheek haal ik laxeertabletten die me hopelijk van m’n buikpijn af gaan helpen en ik breng m’n kleren naar een wasserij. Het is al donker als ik voor het eerst sinds gistermiddag weer wat eet. Het eten is hier trouwens lekker! Eet veel soep, rijst, kip, vis en fruit en drink heul heul veul verse sapjes. Dat fruit is hier zo lekker, echt anders dan het fruit wat in de Nederlandse supermarkten ligt. Ik vraag me trouwens wel af hoe Vietnamees Vietnamese loempia’s precies zijn, want die heb ik nog geen enkele keer gezien… Dus welke Hollander dat nou weer bedacht heeft… Na het eten doe ik lekker niks meer, ik maak nog geen plannen voor morgen en ik ga ook nog niet uitzoeken hoe ik vanaf hier het beste weer verder kan reizen. Dat zien we morgen wel weer!
Welterusten!

Oja mam, ik beloof dat ik de rest van de vakantie niet meer uit de trein zal gaan zonder m’n tas…


DAG 7
woensdag 30-04-2014
Ik neem me voor om de komende dagen even net te doen alsof het vakantie is (nee, reizen heeft niks met vakantie te maken…), ik ga niet teveel uitvreten en zeker geen lange busreizen meer maken even. Vandaag ben ik wel al heel vroeg wakker, maar ga de dag beginnen met een uitgebreid ontbijtje op een terrasje langs de rivier. Heel leuk zo ’s morgens vroeg… Iedereen sleept in grote manden en tassen hun handelswaar het stadje in, in de hoop het vandaag aan de man te brengen.

Hoi An is echt een heel leuk stadje, het oude centrum is afgesloten voor auto’s en vooral gericht op toeristen. Dus veel souvernirswinkeltjes en restaurantjes. Daarnaast staat Hoi An bekend om zijn kleermakers. Binnen een dag maken ze een op maat gemaakt pak, jurkje, broek of wat je maar wilt. Van de groep die ik trof in de Mekong Delta had iedereen die hier al geweest was iets laten maken, en ook ik kan hier natuurlijk niet weg zonder een speciaal voor mij gemaakt jurkje. Ik zoek een kleermakertje op die Melanie me getipt had. Ik zie dat veel mensen met een voorbeeld komen en dat graag nagemaakt willen hebben, maar van alle oude vodden die ik bij me heb op reis hoef ik er niet nog één. Gelukkig mag je ook plaatjes van internet meenemen of wat bij hun uit de catalogus uitzoeken. Ik doe dat laatste maar. Vervolgens nog een stofje uitkiezen en het opmeten kan beginnen. Ze neemt volgens mij wel vijftig maten op, niet overdreven! Van m’n linkerschouder naar m’n linkertiet, van m’n rechterschouder naar m’n linkertiet, hetzelfde maar dan andersom, van tiet naar tiet. Dit kan haast niet misgaan! Ze roept tussen neus en lippen door ook nog: ‘You have very little waist, but very big hips’. Ja ja ja, ietsje minder direct mag ook wel hoor mevrouwtje… 😉 Vanavond kan ik terugkomen om te passen. Ben benieuwd!

Daarna struin ik wat door de straatjes van Hoi An, zie allemaal leuke dingen die ik wil kopen, maar waarbij ik me steeds net op tijd realiseer dat dat niet heel strategisch is nu m’n reis nog niet eens halverwege is. Ik ga proberen me in te houden tot Hanoi. Overal waar ik ben geweest heb ik een armbandje gekocht, en m’n pols begint inmiddels al een mooie kermis te worden. Maar ook hier wil ik niet vandaan zonder een armbandje. Ik zoek er drie uit en zeg dat ik 30.000 dong wil betalen (dat is ongeveer een euro). Oké zegt ze… Haha shit, dat ging veel te rap…

Ondertussen drink ik wat lassi’s en smoothies op terrasjes en in de middag huur ik een fiets en ga naar het strand. Maar de Vietnamezen hebben nu zelf ook vakantie en het wemelt er dan ook van de mensen. Nou ben ik er toch al niet zo het type voor om urenlang op een handdoekje te gaan liggen, dus ik maak maar gauw weer rechtsomkeert (of links, dat weet ik nie meer). Het gaat regenen als ik net op de fiets zit en hoewel ik van plan was om naar het kleermakertje te gaan, ga ik nu toch maar eerst terug naar het hotel voor een fris gewassen droog pakje.

Ik raak ondertussen trouwens al wel een beetje onrustig van die ingelaste mini-vakantie, en volgens mij is dat nou net niet de bedoeling van vakantie vieren. Ken ondertussen alle straatjes van het oude Hoi An en om hier nou morgen nog een dag te gaan lopen ‘verkloten’ vink ineens nie meer zo’n goed idee nie. Ik ga al m’n voorgenomen plannen lekker aan m’n teenslippers lappen en schakel over naar plan B, C of D… Afhankelijk van de beschikbaarheid van trein- en buskaartjes. Het is zo’n heerlijk gevoel om vandaag niet te weten waar je morgenavond slaapt. Het wordt uiteindelijk plan B, morgenavond reis ik met de nachttrein naar Ninh Binh. En ik had me voorgenomen om even geen lange trajecten te gaan reizen, maar dit is maar 14 uur of zo… 😉

Als het bijna droog is ga ik de stad weer in, pas m’n jurkje en hoewel dat meisje vindt dat er hier en daar nog wat bijgesteld moet worden vind ik het wel weer mooi geweest met dat gepas en gedoe en zeg dat ik hem prima vindt zo. En dat is ook zo. Op het terrasje eet ik een pizza, ik dacht dat ik soms een bord westers eten nodig had tussendoor, maar eerlijk gezegd is het Vietnamese eten veel lekkerder. Hier heeft de hele stad een open wifi verbinding, dat krijgen we in Nederland vooralsnog zelfs nog nauwelijks georganiseerd. Daardoor regelmatig contact met het thuisfront, wat maakt dat ik me helemaal niet ver weg voel.

Haha, wat een onsamenhangend verhaal… Maar het was ook een beetje een onsamenhangend dagje, dus dan mag dat.


DAG 8
donderdag 01-05-2014
Ik ben vandaag niet heel vroeg wakker en lig in bed nog wat te denken over wat ik vandaag ga doen. Ik kan met een motortaxi naar de ruïnes van My Son gaan. Maar ruïnes… Mwa, weet nie… Dan hoor ik m’n telefoon bliepen, en dat is nogal vreemd ’s morgens vroeg, want dan ligt Nederland nog plat, het is hier namelijk vijf uur later. Maar het is Madhav die via Facebook een berichtje stuurt. Hij vraagt of ik nog in Hoi An ben en of ik ze kom opzoeken in hun hotel. Goed plan! Ze zitten vlakbij mij, dus ik heb ze zo gevonden en we gaan samen aan de rivier ontbijten en bijkletsen over wat we gedaan hebben sinds we ons opgesplitst hebben. Zij blijven ook maar twee dagen hier en willen ook naar een kleermaker, ik ga met ze mee naar dezelfde klaarmaker als waar ik ook geweest ben en dan begint het grote opmeetritueel opnieuw. Madhav kijkt me aan met een blik van ging-dit-bij-jou-ook-zo? Maar uiteindelijk weet ze ook van hun precies waar hun sleutelbeen begint en waar die eindigt, hoever al hun ribben uit elkaar zitten, en hoeveel centimeter er zit tussen hun linkernavel en hun rechternavel. Zij kunnen ook vanavond komen passen, maar tegen die tijd hoop ik al op het treinstation te zijn.

Madhav en Chloe willen dan naar een boekingskantoortje om misschien wat tourtjes te boeken en het vervoer om hier weer vandaan te komen. Daar heb ik niet zoveel zin in, dus we zeggen elkaar tegen de middag weer gedag. Misschien zijn we heel toevallig weer tegelijk in Hanoi, we beloven elkaar te berichten. Dan ga ik lunchen op een terras en daar bedenk ik me dat ik de rest van de middag dat nu nog over is wat tempeltjes en traditionele huisjes ga bekijken in Hoi An. Naja, het maakt allemaal niet zo heel veel indruk, maar het houdt je op de straat hè… 😉

Dan loop ik terug naar het hotel, pak m’n tassen in, ga douchen en de straat weer op, op zoek naar een motortaxi. Ik heb inmiddels al zeven ongelukken zien gebeuren met die scooters op straat dus ik zit steeds minder relaxed achterop. Al gauw eentje gevonden en deze rijdt echt als een kip zonder kop… Onmeunig hard en onbenullig laat remmen en zo, nie zo fijn nie… Maar ik kom heel (en snel) over. Dan moet ik nog een uurtje wachten op de trein en vervolgens klim ik meteen in m’n bedje. Heb dit keer het bovenste bedje en dat is beter, want als je beneden slaapt gaat iedereen steeds op je bed zitten als ze nog wakker zijn. Ik lees nog even, maar eigenlijk lig ik al heel erg vroeg te slapen.


DAG 9
vrijdag 02-05-2014
Dat vroege slapen maakt ook dat ik om zes uur al weer wakker ben, maar vanuit m’n bed kan ik mooi door het raam naar buiten kijken, dus ik verveel me helemaal niet. Ik krijg alleen een beetje de zenuwen over het uitstappen. Ik heb geen idee waar we zijn. Ze roepen als we stoppen niet om waar we zijn en op de perrons staan ook geen bordjes met plaatsnamen en zo. Daarbij weet ik niet precies hoe laat we over zouden zijn, alleen dat dat ergens vroeg in de ochtend was. M’n medepassagiers reizen allemaal naar Hanoi dus ik kan ook niet achter iemand aanlopen. Hmmmm… Dan kom ik op het briljante idee om GPS aan te zetten op mijn telefoon en Google Maps te openen. En dan zie ik gelukkig een heerlijk blauw pijltje verschijnen die mijn positie aangeeft!

Als het pijltje langzaam Ninh Binh inschuift doe ik m’n tassen op m’n rug en m’n buik en dan wil ik naar het centrum. De taxichauffeurs zeggen allemaal dat dat heel erg ver is, maar ik ken die grappen inmiddels… Dus ik loop wel. Ze doen hier wel meer dan in andere landen hun best om je een poot uit te draaien, ik raak d’r flink van over de zeik steeds. Je moet zo opletten… Waar je bent, waar je naartoe wilt en ook al weten hoever dat ongeveer is. Want ze verzinnen zo dat het vier keer zo ver is, je betaalt een belachelijke prijs en ze kachelen lachend een paar rondjes met je door de stad. Zelfde geldt voor het boeken van de tourtjes. Toen we naar de tunnels zijn geweest heb ik daarvoor 9 dollar betaald, en die man uit Stuttgart 35 dollar. Gewoon omdat ik ga zeuren dat het veel te duur is, en hij te goed van vertrouwen is…

Na toch nog wel een kilometer of drie lopen gok ik vind ik een hotel. Ik whapp even met Ellen voor wat informatie over Ninh Binh en ga dan naar Tam Coc. Op een fiets van het hotel, die fietsen hier zijn top! Zien d’r heel brakkig uit, maar gaat als de brandweer. Naja, als je dat wilt tenminste… De Vietnamezen willen fietsen zoals ze alles doen… Langzaam. Het is trouwens bijzonder hoe ontzettend snel je je door het drukke verkeer leert bewegen. De eerste twee dagen hing ik hysterisch bij een Vietnamees aan z’n mouw als ik de straat over wou, maar nu steek ik op de fiets op m’n dooie gemakje de drukke kruisingen over. Nou moet ik wel bekennen dat de kruisingen in Ninh Binh iets minder avontuurlijk zijn dan in Saigon… Maar toch…

Bij Tam Coc ga ik met een bootje de rivier op, waanzinnig mooi! Links en rechts van de boot overal rijst en daarachter grote steile groene rotsen die uit de rijstvelden op lijken te rijzen. Ze peddelen hier met hun voeten, of beter gezegd ze bedienen de peddels met de voeten. Ziet er zo debiel uit! Haha! Maar op die manier hou je wel twee handen vrij, één voor een parapluutje tegen de zon, en één… om te telefoneren. Haha! Ze krijgt om de haverklap telefoon waarbij er eerst een ringtone en daarna haar gekakel over het water schalt. Heerlijk rustgevend zo’n boottochtje… 😉

Ik vraag haar of er ook beesten in het water zitten. “Yes yes…’. Oh wat dan? Krokodillen of slangen? ‘Yes yes…’. Mjaaahh jaah, ook honden en katten zeker? ‘Yes yes…’ Oké, die indruk had ik al ja… Volgens mij kan ik haar beter gewoon laten roeien en bellen… Onderweg varen we een paar keer onder een rots door, door een lage grot. En als we de allerlaatste grot door zijn, dan liggen daar allemaal bootjes met… jawel… rotzooi die ze mij willen verkopen. Natuurlijk, ik vroeg me ook al af waar ze bleven. Ik koop voor mezelf een gesneden mango en voor de callgirl een flesje drinken en als we terug zijn bij m’n fiets geef ik d’r 20.000 dong fooi, maar ze wil 40… Grrrrr!!! De man die me uit het bootje helpt roept me ook nog na dat ik haar een ‘tip’ moet geven. ‘Heb ik al gedaan…’. Tip… ‘Heb ik al gedaan…!!’. Tip… ‘DAT HEB IK *&@*^&!%^*@ AL GEDAAN!!!!’

Als ik terugfiets naar het centrum begin ik me al een beetje zorgen te maken, want ik weet niet hoe mijn hotel heet en heb ook geen adres… Ja, nie zo slim nie… Ik weet alleen dat het een zijstraatje is van de grote weg, maar die heeft wel 50 zijstraatjes. Ik begin maar gewoon vanaf de eerste te proberen en ik gok dat ongeveer de zevende de goede was, dus dat ging nog best rap. Ik spring in het hotel even snel onder de douche en dan merk ik pas hoe erg ik verbrand ben, hmzzz… Dus lopend de stad maar weer in voor aftersun, een hele uitdaging als er niemand Engels spreekt. En uiteindelijk heb ik wel iets, maar eerlijk gezegd geen idee of dat wel echt aftersun is, haha! Dus terug naar het hotel… OH NEE HE!!! Gewoon weer geen naam en adres hè!!!!! Ik voel me echt zo’n uberkneus!!!! Inmiddels zo vaak links en rechts gegaan dat ik nu echt helemaal geen flauw idee meer heb. Ik loop eerst wat rondjes in de hoop dat iets me bekend voor gaat komen, maar alle straten lijken op elkaar. De weg vragen gaat ook niet als je geen idee hebt waar je moet zijn. Uiteindelijk besluit ik de weg naar het treinstation te vragen en vanaf daar proberen dezelfde weg te lopen als vanmorgen. Dat treinstation vind ik, maar na twee bochten weet ik al niet meer welke kant ik de vorige keer op ben gegaan. Oh god!! Ik voel alweer het (voor mij helaas zeer bekende) kip-zonder-kop-gevoel opborrelen. Maar dan… Echt joh… Soms ben ik ineens zo slim… Bedenk ik me dat waarschijnlijk het Wifi-ID van het hotel waar ik al ingelogd ben geweest misschien wel de naam van het hotel bevat. En jaaaaahhh!!! Gelukkig is dat zo! De eerste tien mensen die ik vraag hebben hier nog nooit van gehoord, maar kan me niks schelen, want dit gaat goed komen! Daarna wijst de een me links en me ander rechts… Ook niet erg… Ik kan wel dansen! Maar uiteindelijk voel ik dat ik dichterbij kom, want iedereen wijst dezelfde kant op. En dan, heeeeeeel veel later dan verwacht, ben ik terug. Ik maak een foto van de gevel, want een ezel stoot zich immers niet drie keer aan dezelfde steen… 😉
Ik stop 300 visitekaartjes in m’n rugzak en ik ga gelukkig zitten zijn op mijn kamertje.


DAG 10
zaterdag 03-05-2014
’s Morgens vroeg bliept mijn telefoon, het is Madhav weer die hun gewijzigde plannen doorgeeft. Ze zijn 9 mei in Hanoi, maar eigenlijk hoop ik dan nog in Sapa te zitten. Naja, we zien wel of we elkaar nog terug gaan zien… Om 8:30 word ik opgehaald om naar Trang An te gaan. Voor de tijd was ik wat kleren in de wastafel, en werk ik een omeletje naar binnen. Dan een kilometertje of 15 met de motor voor ik word gedropt bij de bootjes. Samen met vier Vietnamezen deel ik een bootje. Naast me zit Chang met haar vriendje, die al het Engels dat ze kan over me uitstort (vrijwel onverstaanbaar trouwens). En boven me de hemel, die al het water dat ze heeft over me uitstort… Allemachtig zeg!! Niet normaal, wat een pokkeweer! Al heel snel zijn we allemaal drijfnat tot op het bot!

Maar goed, het landschap is hier wel weer waanzinnig mooi. Dezelfde rotsen als bij Tam Coc, die overigens karstbergen heten. Alleen varen we hier niet over een rivier met rijstvelden, maar over een groot meer en door tientallen grotten die soms zo laag zijn dat we plat in het bootje moeten gaan liggen om onze hoofden en ruggen heel te houden. Echt heel erg mooi! Onderweg komen we langs een rieten hutje wat een woning blijkt te zijn. Die mensen kunnen hier alleen maar komen door met een bootje tussen de karstbergen en door de grotten te varen. Ineens ga ik fantaseren over een leven in zo’n hutje, lekker hele dagen luieren… drinken uit een kokosnoot, sigaretje erbij… Maar nou ben ik niet zo gek op kokos, kan ik nog geen half uur niks doen en heb ik van m’n leven nog nooit gerookt, dus laten we dit maar beter bij fantaseren denk ik… 😉
Als we na drie uur varen en tempeltjes bezoeken weer terug op het vaste land zijn ben ik doorweekt en ijskoud. Hoewel er nog meer plannen waren voor vandaag wil ik terug naar het hotel, douchen en een droog pak.

De was van vanmorgen is nog net zo nat als toen ik het ophing vanmorgen, het droogt hier echt voor geen meter. M’n kleren die ik vandaag aan had zijn al even nat en om te voorkomen dat ik de komende week geen droge kleren meer heb breng ik alles naar een wasserij. Onderweg daar naartoe regent ook m’n allerlaatste droge pakje zeiknat, en zeggen ze bij de wasserij dat kleren wassen en drogen niet lukt binnen één dag, omdat zij het uiteraard ook gewoon buiten laten drogen… Aaarrrgghh!!!! Heb nu alleen nog een droge fleecetrui en een lange broek. Ja ja, ik weet het, dat krijg je ervan als je zo heel minimaal pakt…
In m’n kamer hang ik een korte broek over de ventilator en die laat ik draaien op volledige oorlogssterkte. Het duurt weliswaar heel lang, maar het droogt… Daarna nog een hempje terwijl ik in m’n naakte velletje het reisverslag zit te typen. Alle natte kroam pak ik in een plastic tas… Ik check het weerbericht voor de komende dagen en dat voorspelt weinig goeds. Zo weinig dat ik wou dat ik niet gekeken had. Vooral van Sapa zou ik enorm balen als het daar alleen maar zou regenen, daar heb ik me het meest op verheugd… Maar niet alles is te plannen en ik moet het er maar mee doen.


DAG 11
zondag 04-05-2014
Vanmorgen met de lokale bus naar Halong Bay vertrokken. Al een paar keer eerder had ik gewoon de lokale bus gepakt, maar dit was weer zo’n ritje waarover ik even moet bloggen. Als ik instap is de bus al zo vol dat ik geen idee heb waar mijn tassen en ik moeten gaan staan, liggen, zitten of hangen. Ik wurm me in het gangpad waar iedereen probeert een klein beetje plaats te maken voor mij en m’n backpack. Ik ga in het gangpad zitten. Met m’n knieen opgetrokken en m’n kin op mijn knieën ben ik wel een soort van klaar voor een rit van minimaal vier uur. Een man heeft m’n backpack op schoot genomen. Rechts naast me zit een vrouw met op schoot een mand met kippen. Telkens als de bus te hard heen en weer schudt (en dat doet ie heel vaak) worden die kippen gek en komen we door dat gefladder terecht in één grote stofwolk. Ik krijg al heel snel kramp, maar weet dat als ik even ga staan ik iedere vierkante centimeter die ik daarmee inlever, nog niet zomaar weer terug heb. Achter me zit een oudere vrouw, over dwars in het gangpad. Ze trekt me steeds naar achteren en gebaart me dat ik wel tegen d’r aan mag gaan hangen in plaats van opgevouwen om m’n benen heen. Hoewel dat fysieke contact van mij niet zo hoeft, doet de gedachte aan even een andere houding me niet heel lang twijfelen. Als ze denkt dat ik slaap voel ik hoe ze zachtjes door m’n haar kroelt en m’n bovenarm aait, haha lief!
Heel af en toe stapt er iemand uit. Naja, de bus blijft rijden en je krijgt gewoon een duw… Maar heel veel vaker stappen er nog steeds mensen in. Telkens als ik denk, en nu past er écht niemand meer bij, dan blijkt dat toch te kunnen. Soms worden er ook alleen maar tassen met ananassen of jerrycans afgegeven die mee moeten, die dan ook weer ergens tussen of bovenop worden gepropt. Als halverwege de rit de vrouw met de kippen uitstapt ga ik op haar plaats zitten. Dat betekent dat ik een stoel heb, maar daar is alles mee gezegd, daar waar m’n benen zouden moeten, staan gigantische grote jerrycans. Aan mijn houding verandert dus niet heel veel, behalve dat er nu niemand meer door mijn haar kroelt. Nou weet ik niet wat dat is in die lokale bussen, maar daar zitten telkens mensen te kotsen, vaak meer dan één. En ik heb het getroffen, naast me zit ook een vrouwtje de hele weg d’r maag te legen in een tasje. Aan d’r kin hangen slierten kots en haar handen om het tasje zijn ook drijfnat, iieewww!! De hele ochtend zuig ik dan ook heerlijk de weeïge lucht van kots en kippen m’n longen in. Ik hou d’r van!

De man die het geld int in de bus loopt gehurkt over de rugleuningen van de stoelen, waardoor die min of meer op iemands hoofd zit als hij stil gaat staan ergens. Ik had in het hotel al gevraagd hoe duur de bus zou zijn en zij dachten ergens rond de 150.000 dong. Ik geef op goed geluk een briefje van 200.000 dong en dan begint de ellende weer. Hij wil meer… 500.000 dong! Dat is echt veel en ik geef het hem niet. De hele bus bemoeit zich ermee, iedereen is aan het gebaren, niemand kan Engels, kortom chaos! M’n radar voor oplichters begint weer op volle toeren te draaien. Uiteindelijk pakt een jonge gast z’n telefoon en probeert me met Google Translate te helpen. Hij typt ook dat ik 500 moet geven. Naja, hij is dus al net zo’n eikel als al die anderen. Dan typt ie: Ka Long or Halong? Ik zeg Halong… Ooooohhh, misverstand! Ik krijg meteen een deel van het geld terug en de hele bus moet lachen. Het is zo jammer dat je door dat eeuwige gezeur om geld hier helemaal niemand meer vertrouwt…

Tegen de middag zijn we in de haven van Halong, waar de gids alle mensen die mee aan boord gaan aan het verzamelen zijn. Wederom chaos (ook hier zou ik nog wel eens een mooi protocolletje voor willen schrijven), het enigszins organiseren van dit soort dingen krijgen ze hier maar niet in de vingers. Hij telt wel twintig keer met hoeveel we zijn. Maar dat aantal klopt steeds niet, omdat we in een hele drukke hal staan en hij steeds iemand over het hoofd ziet. Als we hem adviseren om namen te gaan afvinken vindt het ventje dat een wereld idee… Zucht.

Op de boot lunchen we en dan varen we naar een grot. De grot is best mooi, maar heel druk en ze hebben overal gekleurde lampen neergezet die alles verpesten. Het valt me nog mee dat ze er niet één of ander fout muziekje onder hebben gezet. Gauw maar verder… De baai verderop is echt heel mooi! Zelfde karstbergen dan in Ninh Binh, maar ze zijn hier veel groter en daardoor imposanter. Op internet had ik gelezen dat het in de baai wemelt van de toeristenboten, maar wij varen eigenlijk steeds helemaal alleen.
Ook de groep is leuk, allemaal van zo’n beetje dezelfde leeftijd, achterin de twintig dus… 😉
En voor het eerst tref ik hier Nederlanders. Sylvie en Johan uit Brabant, fijn om weer eens Nederlands te kunnen praten. Naast hen trek ik nog veel op met een stel uit Keulen (nee, niet die uit de Mekong Delta), een jongen uit Zweden en drie Franse jongens. Die Franse jongens zijn bezig met het maken van een documentaire over architectuur en wonen overal in de wereld. Zo’n gaaf baantje! Op www.architecturebyroad.com kun je al wat filmpjes van ze vinden (toen nog (vrijwel) baardloos).

Terwijl de crew aan het koken is, gaan wij kayakken, zo gaaf! We zijn helemaal alleen op het water en peddelen wat rondom de rotsen. Tijdens het eten komen vervolgens de eerste biertjes op tafel… Na het eten spelen we shithead op het dek, en blijven drinken. Als we benedendeks ineens iemand keihard horen jengelen weten we hoe laat het is: Karaoke!!! Och nee hè! Iedereen baalt ervan! Dus we drinken nog maar gauw wat biertjes, en voor je het weet staat iedereen mee te brullen met ‘I will survive’ en het zeer gevoelige ‘Hit me baby one more time’. Haha, fantastisch! Meer Engelse liedjes kunnen we niet vinden en dus gaan we over op de Vietnamese hits, teksten zijn onleesbaar, melodie compleet onbekend… Naja, je kan je er vast een voorstelling van maken. Prachtig! Haha! Het was nog heel lang onrustig in Halong Bay…


DAG 12
maandag 05-05-2014
We zijn heel vroeg uit bed voor de zonsopkomst, maar het is zo bewolkt dat we daar eigenlijk niks van zien. Voor het eerst heb ik nu een trui aan deze vakantie (met uitzondering van de nachttreinen waar ze de airco om een niet te begrijpen reden steeds op standje noordpool zetten). De hele ochtend hangen we nog wat op het dek en tegen de middag zijn we in de haven waar we gaan lunchen en daarna weer een busrit van vier uur die me naar Hanoi brengt. In Hanoi zegt iedereen elkaar weer gedag, en dat vind ik steeds wel een beetje kloten… Ineens weer alleen in zo’n drukke, vreemde stad. Maar als ik maar weer een slaapplekje heb geregeld is dat vaak ook al wel weer over.

In dat wat er dan nog over is van de middag regel ik nog wat praktische dingen, waaronder treinkaartjes voor de nachttrein naar Sapa. Verder breng ik éindelijk mijn kleren naar een wasserij. Die hebben drie dagen kletsnat in een plastic tas gezeten en alles stinkt. Hij belooft me dat het morgen voordat ik weer vertrek schoon en vooral ook droog is.

Er staan hier op de straat allemaal van die hele kleine kraampjes met daarom heen lage tafeltjes en krukjes die heel druk bezocht worden door de Vietnamezen. Durfde er de eerste dagen niet zo goed te eten, maar doe ik nu eigenlijk telkens wel, en nog geen enkele keer last van gehad. Voor m’n avondeten ga ik ook naar zo’n tentje en naast me zitten wat jongelui te eten. Ze vragen waar ik vandaan kom en hoewel ik best wel weet dat niemand het begrijpt als ik zeg ‘the Netherlands’ doe ik dat elke keer toch. Beetje principekwestie… Maar ze snappen het uiteraard niet en dus moet ik toch maar weer met het belachelijke ‘Holland’ op de proppen komen. Maar nu voor het eerst kennen ze dat ook niet… Als ik dan maar zeg dat ik uit Amsterdam kom, gaan ze bijna juichen, whaha! Ze kloppen me trots op m’n rug met hun duimen omhoog en willen vrienden met me worden op Facebook, whaha! Meeste Vietnamezen kennen Nederland wel (naja, Holland dan). De naam Arjen Robben hoor ik vaak vallen, en Robin van Persie, en sommige beginnen ook over het schaatsen. Grappig!

Na het eten ga ik terug naar m’n kamer, whapp wat met het thuisfront, werk het reisverslag bij en ga vroeg slapen.


DAG 13
dinsdag 06-05-2014
’s morgens maak ik een stadswandeling die ik bij een tourist office op heb gehaald. Verder slenter ik wat rond in Old Quarter, dat is het oude centrum van Hanoi waar bijna alle backpackers verblijven. Het verkeer is hier ook druk en lawaaierig, maar niet te vergelijken met Ho Chi Minh. De straatjes zijn hier stukken smaller, en daardoor passen er sowieso al veel minder scooters en auto’s doorheen. De gebouwen zijn ouder en het ontbreekt aan grote wolkenkrabbers. Ik vind het hier in ieder geval gezelliger dan in Ho Chi Minh. Old Quarter is ook echt leuk, een wijk volgepropt met restaurantjes en winkeltjes. In ieder straatje worden andere producten verkocht, zo is er een straatje waar alleen maar brillen worden verkocht, een straatje met elastiekjes en knipjes en zo, een straatje met speelgoed en een straatje met gedenkplaten voor op een grafsteen (haha, serieus).

Vanavond vertrekt mijn nachttrein naar Sapa. Ik check halverwege de middag uit bij mijn hotel, waar ik een beetje loop te balen, omdat er van al mijn wasgoed dat ik gisteren weg gebracht heb, bijna niks terug is gekomen. Ja, in Nederland word je dan heel erg boos, maar hier denk je: ‘Ach jaaaahh…”. Gelukkig ga ik bijna naar huis, dus ook weinig meer nodig… Ik laat mijn backpack nog even achter bij het hotel, zodat ik daar niet de rest van de middag mee door de stad hoef te lopen.

Ik loop wat heen en weer door de straatjes met de souvernirwinkeltjes en de laatste twee uur zit ik op het dakterras van een cafe aan een grote vijver midden in Old Quarter.
Om de vijver heen beginnen als het donker wordt allemaal kitscherige gekleurde lampjes te flikkeren en uit elk café schalt keihard karaoke gejengel, dat soort dingen vinden ze mooi die Vietnamezen. Op de stoepen worden overal de eetstalletjes weer opgebouwd, en hoewel dat karaoke van mij achterweg mag blijven, zouden we dát in De Lut ook moeten gaan doen, dat ziet er zo gezellig uit! Gewoon in de Dorpstraat gaan zitten met de frituurpan op een krukje en bitterballen maken. Hartstikke leuk!

Tegen zeven uur zoek ik maar weer eens motortaxi die me naar het treinstation brengt, en om iets voor tien ’s avonds gaan we op weg. Bij me in de cabine zitten drie Zuid Afrikanen. De witte variant en ze praten eigenlijk Engels, maar ze kunnen ook Zuid Afrikaans. Echt grappig, ik kan bijna alles verstaan. Nog tot laat in de nacht liggen we te kletsen. Die twee meiden reizen met z’n tweeën drie maanden rond en een jongen is ze vandaag na komen vliegen en gaat drie weken met ze mee reizen. We moeten allemaal zo lachen om een badlaken die hij heeft meegenomen, echt zo’n enorme zacht, donzig ding. Maar vooral heel groot en zwaar, haha! Z’n halve backpack zit vol door dat ding.
Die meiden eisen dat hij z’n badlaken achterlaat in de trein, maar uiteraard is hij eigenwijs en gelijk heeft ie!


DAG 14
woensdag 07-05-2014
We weten niet hoe laat we over zijn. Ik dacht om zes uur, maar dat is het al geweest, dus dat klopt niet. GPS werkt hier ook niet, en dus beuken die meiden Jonno elke vijf minuten uit z’n bedje, zodat ie kan gaan kijken of er al mensen aanstalten maken om uit de trein te gaan. Rond half acht zijn we over, zij hebben een tour geboekt en hebben dus de transfer van hier naar Sapa erbij in zitten. Ik niet, dus weer tijd om uit te zwaaien. Ik zoek een busje die me naar Sapa toebrengt en in Sapa zie ik ineens Sylvia uit Sicilië weer lopen. Daar was ik in de Mekong Delta ook al een dagje mee samen. Zij heeft net een trekking geregeld en vraagt of ik dezelfde ga boeken. Lijkt me wel een goed idee, totdat ik doorkrijg dat zij de ‘zware’ variant geboekt heeft… (easy of medium leek me een beter plan). Maar het meisje van het boekingskantoortje roept: ‘Iet ies oké fol joe, joe aa stlong leedie’. Gelukkig zegt ze niet dat dit niks gaat worden met m’n ‘very big hips’ en gesterkt door deze positieve benadering besluit ik het maar gewoon te gaan doen. Als ik ergens crash, komt er vast wel een lief Sapa-meisje me tussen de rijstplanten vandaan vissen.

We zoeken een hotel , ontbijten, douchen en beginnen dan meteen aan de eerste ‘korte’ trekking, 16 kilometer… Slik! Op m’n sneakers… M’n wandelschoenen vond ik te zwaar om mee te nemen, grmz… De eerste helft van de trekking lopen we bergaf en dat gaat uiteraard als de tierelier. Het is droog, de zon schijnt zelfs zo nu en dan (dus zelfs een enigszins kloppend weerbericht, krijgen ze hier niet georganiseerd) en de omgeving is geweldig mooi! Het is jammer dat nog niet overal de rijst echt mooi groen is, maar we zien wel overal de rijstterrassen en we wandelen door kleine Sapa-dorpjes. De mensen lopen hier nog allemaal in klederdracht.

We zijn met z’n zessen, Anna uit Rusland, een moeder en een zoon uit de USA (maar ze werken in Afghanistan en Brunei), Sylvia en ik, en een Sapa-meisje die de trekking leidt, ze heet Em. Em is 21 en nog nooit uit Sapa geweest, ze vraagt ons hoe Hanoi is… De omgekeerde wereld. Voor het Sapa volk is er eigenlijk maar één manier om geld te verdienen, werken op het land. Heel erg zwaar werk wat ze allemaal met de hand moeten doen. Maar sinds de toeristen Sapa hebben ontdekt is er een nieuwe lucratieve handel ontstaan… Veel Sapa’s zijn voor hun huisje een winkeltje begonnen, en anderen dragen hun winkeltje in een mandje op de rug. Ik begrijp dat wel hoor, maar een beetje van de charme gaat wel verloren als je telkens hoort vragen: ‘Wanna buy something?’. Gelukkig is dat alleen in de dorpjes vlakbij Sapa zo en na de lunch kunnen we dan eindelijk genieten van stilte… Geen langsrazende scooters, geen getoeter, geen ‘wanna buy something’ en geen karaoke.

Na de lunch is overigens wel de weg terug omhoog begonnen, en dat valt nog niet mee. De paadjes zijn nat en glibberig en mijn schoenen ook. Em doet alles op versleten slippertjes en met een baby’tje op haar rug. Die smurf heeft de hele dag geen kik gegeven, af en toe gaat ze even aan de borst en dan wandelen we weer verder. Ze wordt trouwens ook geen enkele keer verschoond die hele dag. Ik vraag me af of wij daarin misschien een beetje zijn doorgeschoten, en Nederlandse babybillen niet gewoon rood worden omdat die niks gewend zijn. Er zijn heel veel kinderen in de omgeving en die hebben hun eigen speelgoed bedacht. Een dikke kever met een touwtje er omheen en als dat beest dan uit paniek gaat fladderen draait ie rondjes aan dat touwtje en geeft dat een ratelend geluidje. Haha, regelmatig krijgen we weer zo’n kever bij ons oor, zodat we ook even kunnen luisteren. Zielluuugggg…

Laat in de middag zijn we terug in Sapa en gaan Anna en ik nog even naar de markt. Erg leuk! Mensen zijn allemaal heel vriendelijk, vinden het leuk om op de foto te gaan en gaan vervolgens niet zeuren om een dollar. Maar we zitten hier vrij hoog (op 1600 meter) en als de zon weg is, wordt het heel snel koud hier. Terug in het hotel eten we wat, kletsen nog even, maar zijn allemaal moe en nog voor negen uur gaat iedereen naar bed. Morgen staat ons de lange trekking te wachten.


DAG 15
donderdag 08-05-2014
Al ver voor zonsopkomst staan we als zombies buiten allemaal zwijgend voor het hotel. De enige die goed wakker en enthousiast is, is Em. Ze vertelt dat we vandaag iets meer dan 30 kilometer gaan lopen, maar dat het niet geregend heeft en het pad dus redelijk begaanbaar zal zijn vandaag. Om vijf uur lopen we In het pikkedonker door het stadje Sapa en als we uiteindelijk de bergen in gaan begint het net te schemeren. De zonsopkomst is waanzinnig mooi op deze plek! De paadjes zijn gelukkig inderdaad niet echt heel erg drekkig, maar toch op veel plekken spekglad. Vooral bergaf is dat niet heel fijn. Ik ontdek al snel dat wanneer ik snel omlaag ren of spring het prima gaat, maar dat wanneer ik heel geconcentreerd ieder stap bewust wil plaatsen ik uitglijd. De enige die echt heel vaak valt is de jongen uit Brunei, haha zielig! Dat wil je natuurlijk niet als je met alleen maar vrouwen een trekking gaan doen. Ghe ghe…

Ik vraag Em hoe dit in het regenseizoen gaat, en dan schijnt het wel echt gevaarlijk te zijn. Iedereen valt zegt ze, ook zijzelf. Soms op je kont, niet erg want je staat op en loopt weer verder. Maar soms ook een stukje bergaf. Toeristen huilen vaak zegt ze, en soms kunnen de trekkings niet doorgaan omdat het niet verantwoord is. Ze zegt dat ze vaak moet lachen tijdens die natte tochtjes, omdat de toeristen dan nauwelijks zelf lopen, maar de hele weg min of meer getild worden door twee Sapa-meisjes die links en rechts van je lopen. Haha, ben blij dat wij iets meer geluk hebben!

Em spreekt trouwens heel goed Engels, en dat heeft ze nooit op school geleerd, maar alleen maar door het omgaan met toeristen. Daarvoor kon ze het ook al zegt ze, maar toen kon niemand haar verstaan… Okeejjj… Dat herken ik, dat heb ik namelijk met het Vietnamees, dat kan ik ook heel goed, maar ze kunnen me alleen nooit verstaan. Haha, grapjas die Em… Het is vandaag trouwens heel mooi weer om te lopen. Het is bewolkt, maar droog. Dus helemaal niet bloedjeheet gelukkig. We begonnen vanmorgen zelfs in lange broeken en truien, maar die zijn halverwege de ochtend alweer omgeruild voor korte en hempjes. Ik had hier eigenlijk langer willen blijven, maar vanwege de enorm slechte weersvoorspellingen besloot ik om maar twee dagen te gaan. Daar heb ik inmiddels spijt van. Ik heb gisteren nog even geprobeerd of ik een dag langer kon boeken, maar ik heb mijn treinticket natuurlijk al. Ik merk dat iedereen zenuwachtig wordt van deze vraag en ik besluit al gauw om het maar zo te laten.

Ik klets een hele tijd met Kim, de Amerikaanse die in Afghanistan werkt. Ze werkt daar als diplomaat en weet me enorm te boeien. Ze vertelt dat ze per jaar 65 vrije dagen heeft en vijf zelf in te vullen vliegtickets krijgt. En dat dát, samen met ‘the money’ maakt dat ze dit werk nog steeds doet. Maar dat daar tegenover staat dat er in maart een bom in haar compound is terecht gekomen. Gelukkig niemand gewond, maar de schrik zit er goed in. En ben veel met Anna samen, die doet trouwens ongeveer hetzelfde werk als ik. Toevallig! Ze werkt voor een Russisch bedrijf in China. Al bouwt zij vooral fabrieken en ik woningen. Weet iemand trouwens hoe mijn baan heet in het Engels? Engineer dat kent iedereen, maar dat is te breed, want dan willen ze daar meer van weten en heb ik dertig zinnen in het Twengels nodig voordat ze snappen wat ik ongeveer aan het doen ben. Anna mag van haar vriend niet door Cambodja of Indonesië gaan reizen in haar eentje, want dat vindt hij te gevaarlijk (mja, geen idee waarom…). Maar dat gaat ze nu toch doen en hem nooit vertellen dat ze daar geweest is. Haha, geniaal! Stef, zie je wel… Het kan altijd nóg erger!

De trekking is wel zwaar, soms moeten we echt klauteren omdat het pad een stukje hoger of lager weer verder gaat. Maar het is zo mooi hier! Zo ver als we kunnen kijken zien we rijstterrassen. Het moet hier in juli, als ze rijst mooi groen is, echt magisch zijn! De stilte zo mooi… Absoluut het hoogtepunt van mijn hele reis door Vietnam!

Onder de drek zijn we aan het einde van de middag terug in Sapa. We zijn dan elf uur weg geweest, waarvan we toch zeker negen uur echt effectief hebben gelopen. Dat geeft wel een beetje een beeld van ons tempo… We douchen ons, pakken onze tassen maar weer eens in, en vertrekken weer naar het treinstation. De anderen hebben een vroegere trein dan ik, waardoor ik even moet wachten op de mijne. Op het station zie ik Jonno weer zitten (één van die Zuid Afrikanen), hij heeft de zelfde trein dan ik, en… bizar toevallig, ook dezelfde cabine. Sterker nog, ik lig weer rechtsboven en hij weer linksboven, net als de heenweg.

We liggen weer een tijd te kletsen, eten een pak Oreo koekjes leeg en rond een uur of elf gaan we slapen.


DAG 16
vrijdag 09-05-2014
Tegen een uur of zes rolt de trein Hanoi weer binnen. We lopen van het station terug naar Old Quarter. Mooi zo ’s morgens vroeg, het is dan nog relatief rustig op straat.
Jonno heeft per ongeluk de tablet van een eerder reisgenootje nog in zijn rugzak zitten en die brengen we eerst langs zijn hotel. Dan zoek ik in Old Quarter weer een slaapplekje. Vanavond komen die Zuid Afrikaanse meiden weer naar Hanoi en dan reizen zij samen weer verder, dus Jonno heeft geen hotel nodig vandaag.

Hij doucht zich in mijn kamer en we zoeken een ontbijtje in de stad. Daarna gaan we naar het mausoleum van Ho Chi Minh, een voormalig president van Vietnam die als een soort Che Guevara een icoon is geworden voor de vrijheidsstrijd. Overal op straat zie je hoe hij nog altijd wordt aanbeden door de Vietnamesen. Na heel veel securitypoortjes en toneelspel van alle bewakers, mag je dan naar binnen. Je mag niet praten, je mag geen handen in je zakken, je mag niet stil staan, je mag eigenlijk bijna niks. Midden in de glimmende ruimte ligt meneer Ho dan, met een spotje uit zijn smoeltje gericht. Na twintig seconde zijn we weer buiten. We kijken elkaar aan en halen allebei onze schouders op… Dit was het?! Haha! Niet echt de moeite waard. Wel mooi om te zien hoe deze plek de Vietnamezen ontroert. We bezoeken ook nog even het Ho Chi Minh museum en zijn woning op palen, die geweldig mooi tussen de mangobomen verscholen ligt.

Daarna lunchen we en zeg ik Jonno gedag. Ik ga even terug naar m’n kamer om te douchen en val in slaap. Als ik na een uurtje wakker word heb ik geen zin meer om nog iets te gaan doen. Ik stop m’n ereader en een sarong in mijn rugzak en loop naar het meer. Daar omheen is een soort parkje en ik ga op m’n sarong in het gras (in de schaduw uiteraard) liggen lezen. Al gauw komt een bewaker me wegjagen. Naja, snap ik nog wel een beetje… Dat ze niet willen dat dat gras geplet wordt of zo, weet ik veel. Dus ga ik een eindje verderop op de kade liggen, komt dat baasje me weer wegjagen. Als ik rechtop ga zitten op dezelfde plek dan is het wel oké. Pffff, zeikerd! Vervolgens komt er vier keer over een student met een camera vragen of ze me mogen interviewen voor hun Engelse les. Dus vier keer over dezelfde vragen… Heerlijk, zo’n middagje relaxen…

Ik sluit de dag af op een terrasje met een bak fruit met yoghurt, werk hier m’n reisverslag weer bij. Ik whapp wat met het thuisfront en raak langzaam in de vakantie-is-bijna-afgelopen-dip.